De droom van William Miller

William Miller’s droom

INTRODUCTIE

De droom van William Miller is een levendige voorstelling van de geschiedenis van de Adventbeweging – haar nederige begin, haar groei en voortgang, de huidige situatie van achteruitgang en afvalligheid, de verwerping van fundamentele waarheden en haar glorieuze herstel onder de beweging van de Luide Roep zijn allen vertegenwoordigd. Deze droom is meer voor ons gegeven dan voor broeder Miller zelf. (i)

 

Het is ons gebed, met het publiceren van dit artikel, dat u de vrede van Christus mag vinden door te ontdekken dat Hij deze dingen aan ons bekend heeft gemaakt voordat ze plaatsvonden (Johannes 13:19). En dat deze dingen ons zijn gegeven om ons geloof te versterken voor die grote dag des Heeren.

Hieronder bevindt zich de droom van William Miller in dik gedrukte letters gevolgd door enige verklarende woorden.

 

De droom van William Miller.

Ik droomde dat God mij door een onzichtbare hand een zonderling kistje zond, dat tien inches lang was bij zes vierkante inch, gemaakt van ebbenhout en wonderlijk ingelegd met parels. …”

  • Het kistje is de Bijbel –

“De Bijbel is een veld waar hemels schatten verborgen liggen, en deze zullen verborgen blijven totdat zij, door ijverige graven, worden ontdekt en aan de oppervlakte worden gebracht. De Bijbel is een schatkist die juwelen van onschatbare waarden bevat, die zodanig gepresenteerd dienen te worden, dat de wezenlijke glans ervan wordt gezien. Maar de schoonheid en voortreffelijkheid van deze diamanten van waarheid worden niet onderscheiden door het natuurlijke oog. De mooie dingen van de materiële wereld worden niet zichtbaar totdat de zon de duisternis verwijderd, en hen beschijnt met zijn licht. En zo is het ook met de schatten van Gods woord; deze zullen niet gewaardeerd worden totdat ze geopenbaard worden door de Zon der Gerechtigheid.” {CT 421.2}

  • De afmetingen van het kistje –

Tien inches lang bij 6 vierkante inches (10x6x6) maakt een totaal van 360 inch3. Hierin kunnen we het jaar-dag principe terugvinden, wat de primaire regel van Miller en zijn medearbeiders was om de profetieën uit te leggen (The Great Controversy, 335)

 

“… Aan het kistje was een sleutel gehecht. …”

De sleutel die de Bijbel voor William Miller opende waren zijn regels van interpretatie die hij hanteerde in zijn studie van Gods Woord:

“Degene die de 3e engelboodschap verkondigen, onderzoeken de bijbel op dezelfde manier zoals vader Miller het gedaan heeft. In het kleine boekje “Views of the Prophecies and Prophetic Chronology”, heeft vader Miller de volgende eenvoudige, maar verstandige regels voor Bijbelstudie en voor Bijbelse interpretatie opgesteld:

1.Ieder afzonderlijk woord is belangrijk met betrekking op het in de Bijbel aangetoonde thema; 2. De hele Bijbel is noodzakelijk en zij kan doorgaans door zorgvuldige interpretatie en ijverige studie worden verstaan. 3. Niets van wat in de Bijbel geopenbaard is, kan of wordt onthouden aan degene die in het geloof daarom bidden en niet weifelen. 4. Om leerpunten te verstaan, moet u alle Bijbelverzen m.b.t. dit thema bij elkaar zoeken. Laat dan ieder afzonderlijk woord werken, en wanneer u uw theorie kunt formuleren, zonder een tegenstrijdigheid te vinden, dan kan het niet fout zijn. 5. De Bijbel moet zich zelf uitleggen, omdat zij de maatstaf in zichzelf draagt. Wanneer ik op een leraar vertrouw dat hij mij de Bijbel kan uitleggen en hij gaat gissen naar de betekenis of hij geeft er een bepaalde betekenis die overeenkomt met zijn geloofsbelijdenis of omdat hij daardoor wijs wil lijken, dan is niet de Bijbel mijn maatstaf maar zijn gissing, zijn wens, zijn geloof of zijn wijsheid.

De bovenstaande punten zijn maar een deel van de regels en bij onze Bijbelstudie doen we er goed aan al deze beginselen op te volgen. {RH 25 november 1884}

 

“… Onmiddellijk nam ik de sleutel en opende het kistje, toen ik tot mijn verwondering allerlei soorten van juwelen, diamanten, edelstenen, en gouden en zilveren geldstukken van alle grootten en waarden zag, die prachtig geschikt lagen, ieder op zijn eigen plek in het kistje; en op die wijze geschikt weerspiegelden zij een licht en heerlijkheid, die alleen door de zon geëvenaard wordt. …”

Zoals reeds beschreven in CT 421, representeren de juwelen de waarheden in Gods Woord. De vraag die vervolgens reist, is welke waarheden het zijn die duidelijk voor William Miller geopenbaard werden tijdens zijn onderzoek van de Schriften? Het begin van de keten der waarheden – namelijk de beginpunten van de 2300, 2520, 1290 en de 1335 jaar profetieën werden aan hem geopenbaard:

“Door een verdere studie van de Schrift, concludeerde ik dat de zeven tijden van de heidense overheersing moest beginnen toen de Joden, bij de gevangenneming van Manasse, ophielden een onafhankelijke natie te zijn, wat door de beste chronologen vastgesteld werd in 677 v.Chr.; dat de 2300 dagen begonnen met de zeventig weken, die door de beste chronologen gedateerd werden vanaf 457 v.Chr.; en dat de 1335 dagen begonnen met “het wegnemen van het gedurig en het opstellen van de verwoestende gruwel” (Daniël 12:11), die gedateerd werd bij de oprichting van de pauselijke overheersing, nadat de heidense gruwel was weggenomen, en die, volgens de beste geschiedschrijvers die ik kon raadplegen, gedateerd was op 508 na Christus. Al deze berekeningen van de verschillende periodes, vastgesteld door de beste chronologen, vanaf de gebeurtenissen waar zij duidelijk berekend zouden moeten worden, komen samen in ongeveer 1843 na Christus. Ik kwam dus, in 1818, aan het einde van mijn tweejarige studie van de Schrift, tot de ernstige conclusie, dat in ongeveer 25 jaren alle kwesties van onze huidige staat zouden eindigen en dat, in de plaats van de koninkrijken van deze wereld, het vredevolle en lang verwachte koninkrijk van de Messias zou worden opgericht onder de hele hemel; dat, in ongeveer 25 jaar de heerlijkheid van de Heer geopenbaard zou worden, en alle vlees het tegelijkertijd zou zien, – de woestijn ontspruit en bloeit als de roos, de dennenboom komt op in plaats van de doorn, en in plaats van de rozenbottel de mirte struik, – de vloek wordt verwijderd van de aarde, de dood wordt vernietigd, de beloning gegeven aan de dienaren van God, de profeten en de heiligen, en zij die Zijn naam vrezen, en zij die de aarde vernietigen worden vernietigd. (Memoirs of William Miller, 76.1)

De juwelen van waarheid, geopenbaard aan Miller, zijn die waarheden die van 1840 tot 1844 zijn verkondigd en duidelijk uiteengezet op de 1843 en 1850 kaarten. (ii)

schatkistje

 

“…Ik vond, dat het mijn plicht was niet alleen te genieten van dit wonderbare schouwspel, ofschoon mijn hart overgelukkig was bij het zien van de glans, schoonheid en waarde van de inhoud. Ik plaatste het daarom op een tafel in het midden van mijn kamer en liet weten, dat allen die dat wensten, konden komen om het heerlijkste en schitterendste schouwspel te zien, dat een mens ooit in dit leven gezien heeft. De mensen begonnen te komen, in de aanvang weinig in getal, maar toenemende tot er een menigte was. In het begin toen zij in het kistje keken, verwonderden zij zich en juichten van blijdschap. …“

William Miller gaf zijn eerste preek over de Tweede Advent van Christus op 14 augustus 1831. (iii) Het onderwerp van zijn eerste uiteenzetting was Daniel 7 en 8. Dit laat zien dat de Bijbelse profetie altijd al het hart van de Adventboodschap is geweest.

God plaatste zijn zegel van goedkeuring op het werk van Miller door de bekering van zielen die van God waren afgeweken. Na de eerste serie van presentaties ontving hij meer uitnodigingen uit andere plaatsen om te spreken, waardoor het werk zich geleidelijk aan uitbreidde.

Tot 1840 was het aantal mensen dat de boodschap van de Tweede Advent accepteerde, relatief laag, in vergelijking met de bewegingen die erop volgde. Op 11 augustus 1840 werd het jaar-dag principe voor de wereld bevestigd door de vervulling van een profetie m.b.t. Islam (de tweede Wee van Openbaring 9). Het verslag vertelt ons:

“In 1840 ging een andere profetie in vervulling, die algemene belangstelling trok. In 1838 had Josiah Litch, één van de belangrijkste verkondigers van de wederkomst van Christus een werk gepubliceerd waarin hij zijn interpretatie van Openbaring 9 gaf en de val van het Ottomaanse rijk voorzegde. Volgens zijn berekeningen zou deze macht „in de loop van de maand augustus 1840″ ten val worden gebracht. Enkele dagen vóór de vervulling schreef hij: „Als wij ervan uitgaan dat de eerste periode van 150 jaar precies is uitgekomen vóór Deacozes met toestemming van de Turken de troon besteeg en dat de 391 jaar en 15 dagen begonnen aan het einde van de eerste periode, dan moeten deze eindigen op 11 augustus 1840. Op die dag zal de Ottomaanse macht in Constantinopel ten val komen. Ik geloof dat dit inderdaad het geval zal blijken te zijn” (Josiah Litch, in Signs of the Times, and Expositor of Prophecy, 1 aug. 1840).

“Op het aangeduide tijdstip aanvaardde Turkije door bemiddeling van zijn ambassadeurs de bescherming van de Europese mogendheden en kwam het onder controle van christelijke landen. De voorspelling was nauwkeurig uitgekomen (zie Aanhangsel onder ‘De val van het Ottomaanse rijk’) Toen dit bekend werd, kwamen zeer veel mensen tot de overtuiging dat de beginselen die Miller en zijn medewerkers volgden bij de uitleg van de profetieën juist waren….. Dit was een zeer grote steun voor de Adventbeweging. Knappe en invloedrijke mannen sloten zich bij Miller aan en hielpen hem bij de verkondiging en publikatie van zijn opvattingen. Het werk maakte grote vorderingen tussen 1840 en 1844.” (The Great Controversy, 334-335)

Het was pas na de vervulling van deze profetie dat vele mensen de kamer inkwamen om het schatkistje en de waarheden die het bevatte, te bekijken.

 

“…Maar toen de toeschouwers toenamen, begon iedereen zich te bemoeien met de juwelen en ze uit het kistje te nemen en op de tafel te verspreiden. Op dat moment begon ik te denken, dat de eigenaar het kistje en de juwelen weer van mij terug zou eisen en dat, indien ik toeliet dat ze overal neergelegd werden, ik ze nimmer weer op hun plaats in het kistje zou kunnen krijgen, zoals ze geweest waren en ik voelde dat ik de verantwoordelijkheid ervan nooit zou kunnen dragen, want die zou zeer groot zijn. Toen begon ik te pleiten met de mensen, dat zij ze niet zouden aanraken en ook niet uit het kistje zouden nemen; maar hoe meer ik pleitte, des te meer verstrooiden ze ze in het rond. Nu schenen zij ze zelfs door heel de kamer te verspreiden, op de vloer en op ieder meubelstuk in de kamer. Toen zag ik, dat onder de echte juwelen en geldstukken, die zij verspreid hadden er een ontelbaar aantal onechte juwelen en nagemaakte geldstukken waren. …”

Toen de menigte begon toe te nemen, begonnen zij de originele juwelen te verspreiden en valse juwelen onder hen te introduceren. Als de originele juwelen de waarheden uit de Bijbel representeren – of meer specifiek, de waarheden weergegeven op de 1843 en 1850 kaart, dan is het logische gevolg dat de valse juwelen valse doctrines, valse leerstellingen – valse profetie voorstellen.

Het eerste werk van verstrooiing begon aan aantal jaar na het hoogtepunt van de Tweede Adventbeweging op 22 oktober 1844. Het eerste juweel dat verstrooid werd was de 2520, ironisch genoeg, door James White zelf in 1863. Vanaf hier nam de verstrooiing van de echte juwelen geleidelijk aan toe, net als de introductie van valse juwelen. Dit wordt zichtbaar door bijvoorbeeld de introductie van de valse uitleg van het “gedurig” in Daniel, dat door L.R. Conradi in 1905 werd geïntroduceerd. Waarover, overigens, de Geest der Profetie erg duidelijk was dat zij die de roepstem van het uur des oordeels deden horen vóór de grote telleurstelling van 1844, het juiste inzicht erin hadden (EW 74). (iv) Dit is tevens vervuld in de introductie van pantheïstische afval door br. Kellogg in 1897, (v) of de verwerping van inspiratie van de Bijbel door br. Butler in 1884. En het is keer op keer vervuld in de jaren die erop volgde, waardoor we ons nu in onze huidige toestand bevinden waar alle waarheden die ons aan het begin van de beweging gegeven zijn verworpen zijn, veranderd zijn, of er openlijk tegen gestreden wordt binnen alle rangen van de kerk.

William-Miller-Portrait

“…Ik was zeer vertoornd over hun lage gedrag en hun ondankbaarheid en bestrafte hen erover en verweet het hun, maar hoe meer ik bestrafte, des te meer verspreidden zij de onechte juwelen en nagemaakte geldstukken onder de echte.
Toen werd ik bitter in mijn gemoed en begon mijn lichaamskracht te gebruiken om hen uit de kamer te duwen; maar terwijl ik er een uitstootte, kwamen er drie anderen binnen en brachten vuil en houtkrullen en zand en allerlei rommel binnen, totdat iedere echte juweel, diamant en geldstuk ermee bedekt was en ze niet langer zichtbaar waren. …”

Het vuil en de houtkrullen representeren tradities en menselijke interpretatie:

“De juwelen van waarheid liggen verstrooid over het veld van de openbaring; maar ze zijn begraven onder menselijke tradities, onder woorden en geboden van mensen, en de wijsheid van de hemel is praktisch genegeerd; want Satan heeft er succes in gehad de wereld te laten geloven dat de woorden en prestaties van mensen van grote waarde zijn…” (Christian Experience and Views of Ellen White, 86.1)

Woorden en geboden van mensen, of menselijke interpretaties, worden toegestaan door het aannemen van de historisch-kritische methode en andere gerelateerde methoden van Bijbelse interpretatie. Deze methoden die de mens als oordelaar van Gods Woord maakt en mensen naar geleerden verwijst in tegenstelling tot het, onder gebed, zelfstandig studeren, worden uitstekend geïllustreerd als het “vuil en houtkrullen” welke het licht verduisteren, dat God aan Zijn volk verlangt te geven.

Het is belangrijk te constateren dat het vuil en houtkrullen “iedere echte juweel” bedekt totdat ze allemaal “niet langer zichtbaar” zijn. Dit is het catastrofale gevolg van het aannemen van de historisch-kritische en historisch-grammaticale methoden van Bijbelse interpretatie, boven de enige ware Bijbelse methode, de “bewijs-tekst methode” (proof-text method) (Jesaja 28-9-12).

Als iemand begint met verkeerde aannames, dan zal dit uiteindelijk leiden tot verkeerde conclusies. En als onze basis – onze methode van Bijbel interpretatie, verkeerd is, dan leidt dit tot verkeerde geloofspunten over wat de Bijbel ons leert. De enorme oogst van valse interpretatiemethoden zien we terug in de huidige toestand van onze gemeente, waar iedere wind van leer waait die velen van het smalle pad leiden.

 

“…Ze braken mijn kistje ook stuk en strooiden de stukken rond in het vuil. …”

Gevolgd op de verstrooiing van de echte juwelen en de introductie van valse juwelen, werd vervolgens het kistje – de Bijbel zelf – gebroken en onder het vuil verstrooid. We zien dat de Bijbel inderdaad onderworpen is aan dergelijk geweld door artikelen geschreven door leiders van de kerk (G.I. Butler in een serie artikelen in de Review and Herald, Conference President in 1884). Hierin promootte Butler het idee van gradaties van interpretatie in de Bijbel. Sommige teksten, zo zag hij het, hadden de hoogste vorm van inspiratie, terwijl andere “nauwelijks geïnspireerd” (vi) zijn. Ondanks het feit dat de Bijbel zegt dat “alle woorden Gods zuiver zijn” en “al de Schrift van God ingegeven is” (Spreuken 30:5, 2 Timotheüs 3:16).

Het werk van het verbreken van het kistje is vervolgens doorgezet in het introduceren van valse Bijbelvertalingen in de 1930’er jaren. Zoals Miller met alle kracht vocht om het werk van vernietiging tegen te gaan, zo werden gelovigen mannen opgericht die het werk van afval tegenwerkten in hun dagen. B.G. Wilkinson, auteur van het boek “Our Authorized Bible Vindicated”, was zulk een man. En zijn sterke argumenten tegen het breken van het kistje (de King James Bijbel) zijn opgenomen in dat volume. (vii)

 

“…Ik dacht dat niemand acht sloeg op mijn verdriet of mijn toorn. Ik werd geheel en al hopeloos en moedeloos en zat neer en weende. …”

Het is vaak in de donkerste momenten, dat de oprechte gelovigen in waarheid de nutteloosheid inzien van het strijden in eigen kracht tegen het ongeloof, en tot hopeloosheid worden gebracht, dat Christus zich op duidelijke wijze zich in het werk voegt. Zo was het ook met Johannes toen hij weende en niemand vond die waardig was het boek met de zeven zegelen te openen (Openbaring 5:1-6); en zo is het vandaag als de droom van William Miller’s zich vervuld.

 

“…Terwijl ik op die wijze weende en over mijn groot verlies en mijn verantwoordelijkheid treurde, dacht ik aan God en bad ernstig tot Hem om mij hulp te zenden. Onmiddellijk opende zich de deur en een man trad de kamer binnen en al de mensen gingen er uit. Hij had een bezem in zijn hand, opende de vensters en begon het vuil en de rommel uit de kamer op te vegen. Ik riep hem toe het niet te doen, omdat er kostbare juwelen onder de rommel lagen. Hij zei tot mij, “Vrees niet”, want hij zou “er zorg voor dragen. …”

Dat Christus de man met de bezem is, wordt duidelijk in de woorden “vreest niet”. Het was Christus die de geliefde Johannes toesprak met “vreest niet” in het eerste hoofdstuk van de Openbaring (Openbaring 1:10-17):
10 En ik was in den geest op den dag des Heeren; en ik hoorde achter mij een grote stem, als van een bazuin,
11 Zeggende: Ik ben de Alfa en de Omega, de Eerste en de Laatste; en hetgeen gij ziet, schrijf dat in een boek, en zend het aan de zeven Gemeenten, die in Azie zijn, namelijk naar Efeze, en naar Smyrna, en naar Pergamus, en naar Thyatire, en naar Sardis, en naar Filadelfia, en naar Laodicea.
12 En ik keerde mij om, om te zien de stem, die met mij gesproken had; en mij omgekeerd hebbende, zag ik zeven gouden kandelaren;
13 En in het midden van de zeven kandelaren Een, den Zoon des mensen gelijk zijnde, bekleed met een lang kleed tot de voeten, en omgord aan de borsten met een gouden gordel;
14 En Zijn hoofd en haar was wit, gelijk als witte wol, gelijk sneeuw; en Zijn ogen gelijk een vlam vuurs;
15 En Zijn voeten waren blinkend koper gelijk, en gloeiden als in een oven; en Zijn stem als een stem van vele wateren.
16 En Hij had zeven sterren in Zijn rechterhand; en uit Zijn mond ging een tweesnijdend scherp zwaard; en Zijn aangezicht was, gelijk de zon schijnt in haar kracht.
17 En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten; en Hij legde Zijn rechterhand op mij, zeggende tot mij: Vrees niet; Ik ben de Eerste en de Laatste;
18 En Die leef, en Ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid. Amen. En Ik heb de sleutels der hel en des doods.

En het is Christus die gelovigen vermaand niet te vrezen want het is Gods welbehagen hen het Koninkrijk te geven: “Vreest niet, gij kleine kudde, want het is uws Vaders welbehagen ulieden het Koninkrijk te geven.” (Lukas 12:32).

 

“…Dit alles heeft me grote vertroosting en vreugde gebracht.”—WM. MILLER, Low Hampton, NY Dec. 3, 1847.

 

“… En toen, terwijl hij het vuil en de rommel, de onechte juwelen en nagemaakte geldstukken opveegde, steeg het alles samen op en dreef als een wolk het venster uit en de wind voerde het met zich mee. In het gewoel sloot ik mijn ogen een ogenblik, toen ik ze weer open deed was al het vuilnis weg. …”

Deze handelingen wijzen naar een werk van zuivering en herstel onder Gods volk. Christus zelf staat aan het hoofd van het werk. De valse leer, tradities en menselijke interpretaties die de juwelen van waarheid verborgen hebben, zullen worden weggeveegd en de waarheid zal hersteld worden tot zijn rechtmatige plek. Dit werk is voorzegd in de Schriften in het wederkeren naar de “oude paden” (Jeremia 6:16). En is voorafschaduwd door Elia die zou komen om “alles weder op te richten” (Mattheus 17:11). Een terugkeer naar de oude paden in deze dagen is noodzakelijkerwijs een wederkeren naar de leerstellingen uit de periode van 1840 tot 1844, afgebeeld op de 1843 en 1850 kaarten, aangezien deze waarheden de “paden” voorstellen die aan het begin van de beweging zijn gelegd. Dit zijn de paden waar Gods volk van is afgedwaald.

 

“… De kostbare juwelen, de diamanten, de gouden en zilveren geldstukken lagen overal door de kamer verspreid. Hij plaatste toen een kistje op de tafel, veel groter en prachtiger dan het vorige en nam de juwelen, de diamanten en de geldstukken met handenvol op en wierp ze in het kistje, totdat er niet één overgebleven was, ofschoon sommige van de diamanten niet groter waren dan de punt van een speld. …”

Als deel van het werk van herstel wordt het kistje – de Bijbel zelf – hersteld, maar groter en mooier dan daarvoor. Wat is het de Schriften verdiept en mooier maakt? Het is de Geest der Profetie waarmee God tot Zijn volk spreekt vandaag de dag:

“In vroeger tijden sprak God tot de mensen door de mond van profeten en apostelen. In deze tijd spreekt Hij tot hen door de Getuigenissen van Zijn Geest. Er is nooit een tijd geweest waarin God Zijn volk met meer ernst instructies heeft gegeven dan nu, aangaande Zijn wil, en de koers die Hij van hen verlangd te gaan.” Testimonies for the Church Vol. 5, 661

“Het woord van God vloeit over van algemene principes voor de vorming van goede levensgewoonten, en zowel in het algemeen als persoonlijk zijn de Getuigenissen bedoeld om de aandacht meer in het bijzonder op deze beginselen te vestigen.” Ibid.,663-664

Het zaad van rebellie tegen de Getuigenissen werden reeds geplant in de vroege jaren van de kerk. In 1883 begon Uriah Smith, een toenmalig prominent onderwijzer binnen de denominatie, twijfels te uiten met betrekking tot de profetische gave van Ellen White. Het was Smith die het idee opperde en openlijk verkondigde dat niet alle geschriften van zr. White geïnspireerd zijn, wat resulteerde in een niet mis te verstane grote rebellie tijdens de Generale Conferentie van 1888. Dit was het zaad dat resulteerde in de laatste misleiding van Satan – het van geen waarde maken van de Getuigenissen van de Gods Geest. (Selected Messages volume 1, 48)

Het herstel van de Geest der Profetie is onderdeel van het werk van Christus in de wederoprichting aller dingen.”

“Naarmate het einde nadert en het werk om de wereld de laatste waarschuwing te geven zich uitbreidt, wordt het voor hen die de huidige waarheid aannemen steeds belangrijker om een helder begrip te hebben van de aard en de invloed van de Getuigenissen, die God in Zijn voorzienigheid vanaf het allereerste begin van de derde engelenboodschap daarmee heeft verbonden.” Testimonies for the Church Vol. 5, 654

 

“… Toen riep hij mij om te “komen en te zien. …”

De woorden “kom en zie” in de Schriften worden geassocieerd met het ontzegelen van het profetisch licht (Openbaring 6:1-7). Het licht dat ontzegeld wordt in de tijd wanneer God de fundamenten van het Adventisme herstelt, is het licht van de vierde engel van Openbaring 18. Het is het licht van deze engel, dat zich bij de derde engelen boodschap voegt, dat ervoor zorgt dat de juwelen van waarheid met grotere glorie zullen schijnen dan voorheen:

“Ik zag engelen heen en weer snellen in de hemel, zag hen nederdalen naar de aarde, en wederom opstijgen naar de hemel, voorbereidingen treffen voor het vervullen van de ene of andere belangrijke gebeurtenis. Toen zag ik een andere machtige engel, die last kreeg om naar de aarde af te dalen, en zijn stem te voegen bij die van de derde engel, en kracht en nadruk aan diens boodschap mee te geven. Er werd aan de engel grote macht en heerlijkheid verleend, en toen hij afdaalde, werd de aarde verlicht door zijn heerlijkheid. Het licht, dat deze engel met zich voerde, drong overal door, en hij riep krachtig met een grote stem, zeggende: “Babylon is gevallen, is gevallen, en is geworden een woonstede der duivelen, en een bewaarplaats van alle onreine geesten, en een bewaarplaats van alle onrein en hatelijk gevogelte.” De boodschap van de val van Babylon, gelijk die gegeven werd door de tweede engel, wordt herhaald, met de verdere aanduiding van het bederf, dat sinds 1844 in de kerken is binnengekomen. Het werk van deze engel komt op de rechte tijd om zich te voegen bij het laatste grote werk van de boodschap van de derde engel, terwijl die tot een luide kreet aangroeit. En op die wijze wordt Gods volk bereid om te bestaan in de ure der verzoeking, die zij spoedig zullen ondergaan. Ik zag dat er een groot licht over hen scheen, en zij sloten zich bij elkander aan om onbevreesd de boodschap van de derde engel te verkondigen.” {EW 277.1}

 

“… Ik keek in het kistje, maar mijn ogen werden verblind door hetgeen ik zag. Zij blonken met tienmaal groter heerlijkheid dan in het begin. Ik dacht dat ze geschuurd waren in het zand door de voeten van die boze mensen, die ze verstrooid en in het stof vertrapt hadden. Zij waren in prachtige orde in het kistje geschikt, iedere steen op zijn plaats, zonder dat de man, die ze er in wierp, er enige zichtbare moeite voor deed. Ik riep het uit van vreugde en die roep deed mij ontwaken. …“

De roep van broeder Miller stelt de Luide Roep van de derde engel voor, welke wordt verkondigd door het overblijfsel dat deelneemt in het werk van herstel van de oude paden. Het is gedurende de Luide Roep dat alle waarheden die ooit verstrooid waren – de drie engelen boodschap – onder de kracht van de Late Regen verkondigd zullen worden.

De Luide Roep van de derde engel is een voorbode van de climax van de grote strijd en laatste overwinning van de heiligen bij de tweede komst van Christus. (Zie Early Writings 271-272)

 

“…Dit alles heeft me grote vertroosting en vreugde gebracht.”—WM. MILLER, Low Hampton, NY Dec. 3, 1847.

Dat de vertroosting die broeder Miller hierin vond de onze mag zijn; in een bewogen tijd voor zowel kerk als wereld.
—————————————

(I). Zie het document: ‘Brother Miller’s Dream with Notes by James White’, http://temcat.com/L-1-adv-pioneer-lib/JWHITE/DREAM.pdf

(ii). See EW74, GC 392.2, 13MR 359.1-3, 15MR 213.1. In the Pioneer Library see Second Advent Waymarks and High Heaps (Joseph Bates), pg.52, A Seal of the Living God (Joseph Bates), pg. 33, The Great Second Advent Movement (JN Loughborough), pg.108.3, The Present Truth, vol. 1 pg.88 (PTJW 88.10), The Advent Review and Sabbath Herald, vol.2 pg. 64 (ARSH 64.26). Zie ook onze serie aan artikelen/blogs over de fundamenten van ons geloof: https://deb-ministries.org/2016/08/04/16-het-fundament-gelegd-tussen-1840-en-1844/

(iii). LeRoy Edwin Froom, Prophetic Faith of our Fathers, vol.4, pg.484

(iv). Toen zag ik met betrekking tot het “gedurig” van Dan. 8:12, dat het woord “offer” daar door menselijke wijsheid aan toegevoegd was en niet bij de tekst behoort en dat de Heer het rechte inzicht erin gaf aan degenen, die de roepstem van het uur des oordeels deden horen. Toen er eenheid heerste, vóór het jaar 1844, hadden bijna allen hetzelfde inzicht over het correcte begrip van het “gedurige”, maar in de verwarring sedert 1844 zijn er andere inzichten aangenomen en duisternis en verwarring zijn er op gevolgd.” Eerste Geschriften blz. 80-81 (72-73)

(v). Voor meer informatie over de crisis omtrent pantheisme –http://www.ellengwhiteestate.org/books/mol/Chapt18.html#PantheismCrisis

(vi).

“Het volgende jaar (1884) schreef Butler een tien-delige serie in de Adventis Review, en stelde dat de gehele inhoud van de Bijbel kon worden ingedeeld in vijf verschillende ‘niveaus’ van inspiratie, van volledige inspiratie tot dat wij hij ‘nauwelijks geïnspireerd kon noemen’. [George I. Butler, “Inspiration,” Advent Review and Sabbath Herald (hereafter RH), January 8, 1884, 24; January 15, 1884, 41; January 22,1884, 57, 58; January 29,1884, 73, 74; February 5, 1884, 89, 90; April 15, 1884, 249, 250; April 22, 1884, 265-267; May 6, 1884, 296, 297; May 27, 1884, 344-346; June 3, 1884, 361, 362]. Ondanks het feit dat zijn ideeën door vele kerkleden geaccepteerd werden, werden ze verworpen door zr. White. (1889) [E. G. White, Selected Messages, (Hagerstown, Md.: Review and Herald Pub. Assn., 1958), 1:23] en bij anderen zoals de auteur van de 1893 geschreven sabbatschoolles.”

(Alberto R. Timm, Understanding Inspiration: The Symphonic and Wholistic Nature of Scripture)

(vii). Een elektronische kopie van ‘Our Authorized Bible Vindicated’ kunt u hier terugvinden (Engels): http://www.futurenews.ca/wp-content/uploads/2015/06/Our_Authorized_Bible_Vindicated.pdf

 

De Farizeeën en de Sadduceeën in de Adventkerk

 

Introductie

Wien zou Hij dan de kennis leren, en wien zou Hij het gehoorde te verstaan geven? De gespeenden van de melk, de afgetrokkenen van de borsten? Want het is gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel (lijn op lijn), hier een weinig, daar een weinig. Daarom zal Hij door belachelijke (stamelende) lippen, en door een andere tong tot dit volk spreken; Tot dewelken Hij gezegd heeft: Dit is de rust, geeft den moeden rust, en dit is de verkwikking; doch zij hebben niet willen horen.”

Jesaja 28:9-12

Hetgeen er geweest is, hetzelve zal er zijn, en hetgeen er gedaan is, hetzelve zal er gedaan worden; zodat er niets nieuws is onder de zon. Is er enig ding, waarvan men zou kunnen zeggen: Ziet dat, het is nieuw? Het is alreeds geweest in de eeuwen, die voor ons geweest zijn.”

Prediker 1:9-10

“Want al wat te voren geschreven is, dat is tot onze lering te voren geschreven, opdat wij, door lijdzaamheid en vertroosting der Schriften, hoop hebben zouden.”

Romeinen 15:4

De rust en de verkwikking waarvan wordt gesproken in het 28e hoofdstuk van Jesaja is de boodschap van de luide roep van de derde engel (Jesaja 28:9-12; Early Writings 277). En volgens dezelfde passage in de schrift is deze boodschap nauw verbonden met de hermeneutiek (de methode van Bijbelinterpretatie) waardoor hij begrepen en gecommuniceerd wordt. Het geïnspireerde woord identificeert deze hermeneutiek als degene die gebruikt werd door William Miller, de grondlegger van de Adventbeweging.

Degenen die de derde engelboodschap verkondigen, onderzoeken de Schrift op dezelfde manier zoals vader Miller het gedaan heeft. In het kleine boekje “Views of the Prophecies and Prophetic Chronology”, heeft vader Miller de volgende eenvoudige maar wijze en belangrijke regels voor Bijbelstudie en -uitleg opgesteld:

1. Ieder afzonderlijk woord is belangrijk met betrekking op het in de Bijbel aangetoonde thema; 2. De hele Bijbel is noodzakelijk en zij kan door zorgvuldige interpretatie en ijverige studie worden begrepen. 3. Niets van wat in de Bijbel geopenbaard is, kan of wordt onthouden aan degenen die in geloof daarom bidden en niet twijfelen. 4. Om leerpunten te begrijpen, moet u alle Bijbelverzen m.b.t. het thema, dat u wilt weten, bij elkaar zoeken. Laat dan ieder afzonderlijk woord werken, en wanneer u uw theorie kunt formuleren, zonder een tegenstrijdigheid te vinden, dan kan het niet fout zijn. 5. De Bijbel moet zichzelf uitleggen, omdat zij de maatstaf in zichzelf draagt. Wanneer ik op een leraar vertrouw dat hij mij de Bijbel kan uitleggen en hij gaat gissen naar de betekenis of hij geeft er een bepaalde betekenis aan die overeenkomt met zijn geloofsbelijdenis of omdat hij daardoor wijs wil lijken, dan is niet de Bijbel mijn maatstaf, maar zijn gissing, zijn wens, zijn geloof of zijn wijsheid.

Bovenstaande is een deel van deze regels; en in onze Bijbelstudie doen we er goed aan al deze principes op te volgen.”

{Review and Herald, November 25, 1884} (i)

De veertien regels van William Miller, ook de bewijstekst methode genoemd, is de door de hemel vastgestelde methode van Bijbelinterpretatie. En deze regels zijn niet meer dan een uiteenzetting van de hermeneutiek die de Schrift zelf geeft. Maar de vijand der zielen is meester in het verkeerd uitleggen van de Schrift. En hij heeft, in het perfectioneren van zijn tactiek van oorlogvoering tegen de hemel, zelf bedachte methoden geformuleerd om de onvoorzichtige op foute wegen te leiden.

Satan is een expert in het aanhalen van de Bijbel, terwijl hij zijn eigen uitleg geeft aan de teksten, waardoor hij hoopt dat hij ons kan laten struikelen.”

{Great Controversy, 530}

Het resultaat daarvan kan worden gezien in de dwalingen, de verwarring en de scheidingen binnen het Adventisme, m.b.t. de boodschap die de kerk dient te verkondigen en de manier waarop deze verkondigd moet worden. En wat een gevaar voor het Adventgeloof als de dingen zo blijven! Maar de God wiens genade voor eeuwig blijft, heeft de geschiedenis van de Farizeeën en de Sadduceeën opgetekend, om te waarschuwen voor de verrijkende consequenties van het accepteren van andere hermeneutiek dan gegeven door het geïnspireerde woord. Deze geschiedenis is belangrijk en moet worden begrepen, omdat hij letterlijk wordt herhaald in onze dagen.

 

2. De hermeneutiek van de Sadduceeën – De historisch-kritische methode

De Sadduceeën verwierpen de overleveringen van de Farizeeën. Zij beleden dat zij het grootste gedeelte van de Schriften geloofden en dit als richtlijn voor hun leven aannamen; in de praktijk waren zij echter sceptici en materialisten…De Sadduceeën ontkenden het bestaan van engelen, de opstanding der doden, en de leerstelling van een toekomstig leven met zijn beloningen en straffen.”

{Desire of Ages, 603}

De Sadduceeën geloofden, dat er geen opstanding des vlezes is;”

{Desire of Ages, 209}

De Sadduceeën verwierpen de leer van Jezus; Hij werd gedreven door een geest waarvan zij niet wilden erkennen dat die zich op deze wijze openbaarde; en Zijn leer betreffende God en het toekomstig leven was in tegenspraak met hun theorieën. Zij geloofden in God als het enige wezen dat boven de mensen stond ; zij redeneerden echter, dat een overheersende voorzienigheid en een goddelijke vooruitziende blik de mens zou beroven van de macht, zedelijk vrij te zijn, en hem zou verlagen tot de toestand van een slaaf. Het was hun overtuiging, dat God, nadat Hij de mens had geschapen, deze aan zichzelf overliet, onafhankelijk van een hogere invloed. Zij beweerden, dat de mens vrij was om zijn eigen leven te beheersen, en vorm te geven aan de gebeurtenissen van de wereld; dat zijn bestemming in zijn eigen handen lag. Zij ontkenden, dat de Geest van God werkt door middel van menselijk streven of natuurlijke middelen. Niettemin waren zij nog ervan overtuigd, dat door op de juiste wijze gebruik te maken van zijn natuurlijke krachten, de mens verheven en verlicht kon worden; dat door harde en strenge eisen zijn leven gereinigd kon worden.”

{Desire of Ages, 604}

De religie van de Sadduceeën was inderdaad erg verwonderlijk. Ze geloofden niet in de opstanding van het lichaam of het oordeel. Verder geloofde de Sadduceeër dat het lot van de mens in zijn eigen handen lag, zijn oordeel het hoogst was en dat hij de macht in zichzelf had om verheven en verlicht te worden. Principes die aan de grondslag van het Spiritisme liggen.

Satan verleidt mensen nu, zoals hij Eva in Eden verleid heeft, door vleierij, door een verlangen te doen ontbranden om verboden kennis te vergaren, door ambitie op te wekken voor zelfverhoging. Het was het koesteren van dit kwaad dat zijn val veroorzaakte, en door hen probeert hij de verwoesting van mensen te veroorzaken. “U zult als goden zijn,” zegt hij, “kennende goed en kwaad.” (Genesis 3:5) Spiritisme leert “dat de mens een schepsel van vooruitgang is; dat het zijn lot is vanaf zijn geboorte om vooruit te gaan, zelfs tot in de eeuwigheid, tot een Godheid, “ en nogmaals: “Elke geest zal zichzelf oordelen en niet een ander.” “Het oordeel zal juist zijn, want het is een oordeel over zichzelf… De troon is in jou.” Een spiritistische leraar zei, toen het “spirituele bewustzijn” in hem ontwaakte, “mijn medemens, allemaal waren ze niet gevallen demigoden.” En iemand anders verklaart, “elk rechtvaardig en perfect wezen is Christus.”

{Great Controversy, 88, 554}

De Sadduceeën waren in wezen spiritisten. Maar om tot dit punt te komen, gebruikten zij een methode om de Bijbel te interpreteren vol van scepticisme en kritiek. De moderne vorm van de interpretatiemethode van de Sadduceeën is de historisch-kritische methode. (ii) Deze hermeneutiek beschouwd de Bijbel als elk ander ongeïnspireerd boek of historisch werk en stelt de lezer als criticus boven het Woord om de principes en uitleggingen daarin beschreven te betwijfelen, te ontleden en uit te dagen. De historisch-kritische methode is de hermeneutiek die gebruikt wordt door de meeste “liberale” Adventisten. En de vruchten van dit scepticisme, namelijk het afwijzen van de Schrift en de verhoging van menselijke redenatie, vinden we terug in de ideeën die we associëren met het liberale Adventgeloof. Voorbeelden hiervan zijn: de afwijzing van de Bijbelse verklaring van de schepping en in de plaats daarvoor de de principes van de evolutietheorie aan nemen, het afwijzen van de Bijbelse leer over de rol van de man en de vrouw in relatie tot de ordinatie van vrouwen en de principes van ‘gelijkheid’ welke afkomstig zijn vanuit het feminisme, de promotie van homoseksualiteit in de kerk, en de afwijzing van Bijbelse standaarden in dieet, kleding, entertainment, etc. De Geest der Profetie veroordeelt klaar en duidelijk deze methode van interpretatie en wijst naar Lucifer als de oorsprong, de eerste criticus die ooit bestond. (iii)

Het is interessant om te zien dat de meeste priesters Sadduceeërs waren:

In aantal waren de Sadduceeën veel geringer dan hun tegenstanders, en zij hadden niet zo’n sterke invloed op het gewone volk; velen van hen echter waren rijk, en zij bezaten de invloed die door rijkdom verleend wordt. In hun rijen bevonden zich de meeste priesters, en uit hen werd gewoonlijk de hogepriester gekozen. Dit gebeurde evenwel onder de uitdrukkelijke voorwaarde, dat hun sceptische mening niet naar voren zou worden gebracht. Ter wille van het grote aantal en de populariteit van de Farizeeën was het voor de Sadduceeën noodzakelijk ogenschijnlijk in te stemmen met hun leerstellingen, wanneer zij het priesterambt bekleedden; maar alleen al het feit, dat zij te verkiezen waren voor een dergelijk ambt, gaf invloed aan hun dwalingen.”

{Desire of Ages, 604}

Dit is ook het geval in het Adventgeloof, waar de meeste geleerden in onze denominatie onderricht zijn in de historisch-kritische methode. (iv) Het resultaat van het toepassen van deze hermeneutiek is dat veel van onze geleerden, leraren en leidende broeders niet geloven in de fundamentele adventistische waarheden zoals het hemelse heiligdom en het onderzoekend oordeel. Deze waarheden, die aan de basis liggen van het adventistische geloofssysteem, kunnen niet ondersteund worden door een methode die zijn oorsprong niet in de Bijbel heeft. Echter, om conflicten te voorkomen met de gemiddelde kerkganger worden deze verschillende meningen niet duidelijk openbaar gemaakt, omdat zij wél geloven dat deze doctrines waarheid zijn. Maar krachtens hun hoge posities als leidende leraren en predikanten, oefenen hun valse leerstellingen hun invloed uit op de geest van velen onder Gods volk.

Nu gaan we naar de Farizeeër.

 

3. De Farizeeër – De historisch-grammaticale methode

De Farizeeën hielden vast aan een orthodoxie die, in eerste instantie, niet gezien werd als een afwijken van Bijbelse religie zoals bij de Sadduceeën.

Want de Sadduceeën zeggen, dat er geen opstanding is, noch engel, noch geest, maar de Farizeeën belijden het beide.”

Handelingen 23:8

Echter hun religie bestond uit tradities, ceremonieën en voorschriften van mensen die de Heer niet van zijn volk gevraagd had ze te doen (Acts of the Apostles, 15).

De geest van de discipelen was voor een groot deel beïnvloed door de tradities en voorschriften van de Farizeeën, die de geboden van God op het niveau van hun eigen bedenksels en doctrines plaatsten. De Schriftgeleerden en Farizeeën ontvingen en leerden de Schrift niet in zijn oorspronkelijke reinheid, maar interpreteerden de taal van de Bijbel op zo’n manier dat het gedachten en voorschriften uitdrukte die God nooit gegeven had. Ze drukten een mystiek bouwwerk op de schrift van het Oude Testament en maakten die dingen onduidelijk, die de oneindige God heel duidelijk gemaakt had. Deze geleerde mannen hielden de mensen hun eigen ideeën voor ogen, en maakten patriarchen en profeten verantwoordelijk voor dingen die ze nooit geuit hebben. Deze valse leraren begroeven de waardevolle juwelen van waarheid onder de troep van hun eigen interpretaties en voorschriften, en de duidelijkste verklaringen in de profetieën over Christus werden bedekt. Het houden van de geboden van God werd een variatie van strikte ceremonieën, zo onnodig en dwaas dat de kracht van Gods wet volledig was vernietigd. Zij maakten de geboden van God zo zwaar dat ze nooit gehouden konden worden en daardoor verminderden ze het respect voor God.

{Signs of the Times, September 11, 1893}

De Farizeeën vervingen Gods standaard met hun eigen standaard, en daardoor stelden zij een vals systeem van aanbidding in de plaats van het ware. En in dit valse systeem, werden zij die de waarheid hoog hielden, zoals Christus dat deed, beschuldigd een afvallige te zijn en een breker van Gods wet.

Hij (Christus) was trouw aan Gods geboden en schoof de menselijke overleveringen en geboden die daarvoor in de plaats waren gekomen, opzij. Daarom werd Hij gehaat en vervolgd. Deze geschiedenis herhaalt zich. De wetten en overleveringen van mensen worden geplaatst boven Gods wet en zij, die trouw zijn aan Gods geboden worden gesmaad en vervolgd. Omdat Christus trouw was aan God werd Hij ervan beschuldigd dat Hij de sabbat overtrad en God lasterde.

{Christ Object Lessons, 170}

Het geïnspireerde woord vertelt ons dat het werk, gedaan door het geloofssysteem van de Farizeeën, zich zal herhalen. De “tradities, voorschriften en geboden van mensen” die in het middelpunt stonden van het Farizeïsche systeem van valse aanbidding staan parallel aan de historisch-grammaticale methode van vandaag. De historisch-grammaticale methode is de hermeneutiek gebruikt door de meeste “conservatieve” adventisten. Deze hermeneutiek maakt er aanspraak op een aantal eigenschappen van de schrift hoog te houden (zoals dat de Bijbel het Woord van God is en de enige bron van doctrine), terwijl het gebruik maakt van de historisch-kritische procedure in Schrift interpretatie. (v) Een voorbeeld hiervan is de voorrang die wordt verleend aan de originele taal, die een afhankelijkheid van “experts” in deze talen nodig maakt, als je zelf niet zo’n expert bent. Dit heeft de tendens, om op mensen te vertrouwen, aangemoedigd, terwijl een verschrikkelijke vloek, onder Gods volk aan het einde van de wereld, het gevolg zal zijn (Jeremia 17:5, Jesaja 31:1-3, 29:11). Hoewel de originele talen nuttig kunnen zijn, is het in strijd met de hermeneutiek van William Miller wanneer ze een leidende rol spelen in het bepalen van de betekenis van de schrift. Miller kwam tot de fundamentele waarheden van het Adventgeloof, de eerste en tweede engelenboodschappen, door eenvoudige bewijstekstvoering zonder de toevlucht te nemen tot Grieks en Hebreeuws. (vi) Zouden wij, die onder de verkondiging van de derde engelboodschap niet hetzelfde moeten doen?

Daarnaast is het in strijd met de Schrift zelf, die namelijk als enige kwalificatie om het Woord te kunnen begrijpen, de toestand van iemands hart beschrijft en niet een opleiding in de oude talen (Johannes 7:17, Johannes 8:42-47).

Een andere fout van de historisch-grammaticale methode is het lezen van de Bijbel vanuit het perspectief van de originele cultuur, de maatschappij en het perspectief van het leven van de schrijver, om te komen tot zijn bedoeling voor ons vandaag. Het is belangrijk om te zien dat dit precies het tegenovergestelde is van hoe de Bijbel zelf ons leert hem te benaderen. De Schrift leert dat de christen het dient te lezen met het begrip dat de Schrift meer spreekt over het einde van de wereld, dan over de tijd waarin het geschreven werd (1 Korinthe 10:11, Romeinen 15:4). Om de Schrift vanuit het perspectief van de originele cultuur en maatschappij van de schrijver te interpreteren, is het nodig de toevlucht te nemen tot experts in oude culturen en maatschappijen. En daardoor leidt het zielen weg van het Woord zelf tot woorden en geboden van ongeïnspireerde mensen.

 

4. Tradities van de vaders en het ZDA kerkelijk handboek:

Het beleid van de Farizeeën maakte het Woord van God krachteloos. Zie het volgende:

En Hij zeide tot hen: Gij doet zeker Gods gebod wel te niet, opdat gij uw inzettingen zoudt onderhouden. Want Mozes heeft gezegd: Eer uw vader en uw moeder; en: wie vader of moeder vloekt, die zal den dood sterven. Maar gijlieden zegt: Zo een mens tot vader of moeder zegt: Het is korban (dat is te zeggen, een gave), zo wat u van mij zou kunnen ten nutte komen, die voldoet. En gij laat hem niet meer toe, iets aan zijn vader of zijn moeder te doen; Makende alzo Gods woord krachteloos door uw inzetting, die gij ingezet hebt; en vele dergelijke dingen doet gij.

Markus 7:9-13

Vandaag verricht het kerkelijk handboek van de Zevende-dags Adventisten, een ongeïnspireerd beleidsdocument, een zelfde werk als de tradities en het beleid van de Farizeeën. Adventpioniers, waarvan er sommige leefden tijdens de Millerietenbeweging, waren fel tegen de introductie van een dergelijk handboek. Zij waren er op tegen omdat de introductie ervan zou leiden tot geestelijke zwakte, omdat broeders en predikanten, voor het bepalen van richting bij het oplossen van moeilijkheden in de kerk, erop zouden gaan steunen, in tegenstelling tot een weg te zoeken, onder gebed, in Gods Woord en door de Heilige Geest geleid. (vii) Helaas zien we dat dit inmiddels recentelijk aan de orde is geweest, daar waar sommigen, niet in staat om kritische punten van tegenwoordige waarheid te ontkrachten, de procedures in het kerkelijk handboek hebben gebruikt om hen ,die Bijbelse waarheid verdedigen, uit de kerk te zetten.

Dit handboek maakt Gods raad krachteloos m.b.t. het Bijbelse of apostolische model voor lokale kerkorganisatie, door het te vervangen met het door de afvallig protestanten gebruikte ‘gevestigde predikant’ model. (viii) Het apostolische model, door het geïnspireerde woord bevestigd, beveelt het toezicht over de lokale kerken aan, aan ouderlingen die als predikers dienst doen in deze gemeenten. Predikanten daarentegen dienden als evangelisten – ze stichtten kerken in verschillende gebieden en besteedden aan hen zoveel werk als nodig was om zelfstandig te kunnen worden. Daarna zouden ze nieuwe gebieden intrekken en meer gemeenten oprichten – en bezochten de gevestigde gemeenten alleen om de lokale ouderlingen te ondersteunen. Echter, na de dood van Ellen White nam de ‘gevestigde predikant’, zoals we het vandaag kennen, de leiderschap van de ouderling in de lokale kerk over en de ouderling werd de assistent van de predikant. Deze weg heeft het Adventisme dezelfde oogst van problemen gebracht als in de gevallen protestante kerken – het meest opvallend is de geestelijke verschrompeling die plaatsvind door een te groot vertrouwen op de gevestigde predikanten. Dit heeft tevens bijgedragen aan de onwil aan de kant van leken-leden om persoonlijk en oprecht de waarheid van controversiële onderwerpen voor zichzelf te onderzoeken. Ze moeten wachten op hun predikant om hen te vertellen wat te geloven en wat goed en kwaad is. En als vervolgens deze predikanten zelf op valse wegen wandelen, volgen de zielen die op hen vertrouwen hen blind tot over afgrond, tot hun eeuwige verdoemenis.

 

5. De aanval op Christus – een type van de aanval op Millers regels

De bewijstekst hermeneutiek uitgewerkt door William Miller is de methode van interpretatie, die gegeven wordt door de Schrift zelf (Jesaja 28:9-12). Het is de methode die gebruikt werd door de geïnspireerde auteurs van het Nieuwe Testament bij de uitleg van het Oude Testament. (xi) Een voorbeeld is Paulus’ gebruik van Habakuk 2:4 in Romeinen 1:16-17. Paulus neemt deze passage uit zijn directe historische context – die verwees naar de bevrijding van de legers van Babylon 600 jaar eerder – en gebruikt het als een bewijstekst om de ‘tegenwoordige’ waarheid van de redding in Jezus Christus te onderbouwen. Hetzelfde kan gezegd worden over Christus’ gebruik van Jesaja 6:9-10 in Mattheüs 13:14-15. Christus gebruikt deze passage, die, in zijn originele context genomen, verwees naar het Joodse volk tijdens de regering van Jotham honderden jaren eerder; en Hij spreekt erover alsof het een directe toepassing heeft op de Farizeeën in Zijn dagen. (xii) Christus leest deze passage alsof hij meer verwees naar Zijn dagen dan naar de mensen voor wie het oorspronkelijk was geschreven. En hetzelfde principe is juist als we vandaag de hele canon van de Schrift lezen.

De fundamenten van het Adventgeloof zoals ze gegeven zijn op de 1843 en 1850 kaarten typeren Christus. (xiii) En de afwijzing van de leer van Christus door de Farizeeën en de Sadduceeën typeert hoe de moderne Farizeeën en Sadduceeën hen zullen behandelen die deze fundamenten en de bewijstekst hermeneutiek, waarop ze gebaseerd zijn, geloven. Zoals de Farizeeën en Sadduceeën tegen elkaar waren, maar verenigd waren in hun haat tegen Christus, zo haten de voorstanders van de historisch-grammaticale en de historisch-kritische methode elkaar, maar zijn verenigd in hun tegenstand tegen de bewijstekst methode.

Terwijl de volgende ZDA theoloog tegen de bewijstekst methode is herkent hij dit scenario:

“De crisis waar het Adventgeloof op het moment voor staat is niet noodzakelijkerwijs veroorzaakt door twee verschillende culturen – “de kerk van het westen” en “de rest van de kerk”. Het is meer een crisis over Bijbelse Hermeneutiek, de juiste principes voor het uitleggen van de Bijbel. Onlangs heeft deze crisis geleid tot veel nieuw hermeneutische terminologie in onze kerk: praktijkboek vs. kookboek, principes vs. liberale aanpak, contextuele vs. sleuteltekst aanpak, dynamische vs. rigide aanpak, principiëel/geestelijk vs. letterlijk, historisch-kritische methode vs. historisch-grammaticale methode, en misschien nog wel andere termen. “Als we spreken over Bijbeluitleg (hermeneutiek), hebben Zevende-dags Adventisten maar twee opties: (1) de historische adventistische aanpak in de Schrift, die erkent dat de Bijbel volledig is geïnspireerd, te vertrouwen is en autoritair, en (2) de hedendaagse liberale aanpak van de Bijbel, die de volledige inspiratie en betrouwbaarheid ontkent. “Hoewel deze twee principes mijlen van elkaar verwijderd zijn, zijn ze het beiden eens over de afwijzing van een derde aanpak – namelijk de “bewijstekst-methode van interpretatie.”-

Samuel Koranteng-Pipim, Receiving the Word, 27,28.

De tekst hierboven bevestigt simpelweg het feit dat de liberale en conservatieve beide afwijzend tegenover de boodschap van de tegenwoordige waarheid staan, terwijl ze tegengestelde hermeneutiek als basis hebben. En de afwijzing van de tegenwoordige waarheid door beide kampen (en de hermeneutiek waarop deze is gebaseerd) is niet meer dan een herhaling van de geschiedenis van het conflict van Christus met de Farizeeën en de Sadduceeën. Wat ook niet uit het oog verloren mag worden is het resultaat van dit conflict. In Christus’ noodlot – Zijn verraad, Zijn marteling en kruisiging – kan het pad gezien worden van hen die trouw zijn aan de waarheid zoals hij is in Jezus (2 Timotheus 3:12, Lukas 23:31). Maar zoals Christus de overwinning over de dood en het graf behaalde, zo zullen zij die Hem trouw blijven delen in Zijn overwinning en het eeuwige leven ontvangen bij Zijn komst. Maar in het uiteindelijke lot van de Farizeeën en de Sadduceeën – namelijk hun ondergang in de verwoesting van Jeruzalem door Rome – kan het uiteindelijke lot gezien worden van hen in het Adventisme die nu strijden tegen de tegenwoordige waarheid. Hun afwijzing van de fundamenten van het Adventgeloof maakt het voor hen onmogelijk onze oude adventistische leerstellingen te verdedigen. Zij zullen onvoorbereid zijn om de late regen te ontvangen en uiteindelijke ontvangers van het Merkteken van het Beest bij de Zondagswet te zijn.

 

6. Met stamelende lippen en een andere tong:

De Farizeeën en de Sadduceeën verwierpen Christus omdat hij niet een geleerde van hun stempel was.

“…De Farizeeën spotten met Christus; ze bekritiseerden de eenvoudigheid van Zijn taal, die zo simpel was dat een kind, een oudere, het gewone volk hem graag hoorden, en gecharmeerd waren van Zijn woorden. De Sadduceeën bespotten Hem ook omdat Zijn woorden zo anders waren dan wat hun leraren en Schriftgeleerden leerden. Die Joodse leraren spraken in monotone toon, en de simpelste en meest waardevolle Schriftwoorden werden oninteressant en onbegrijpelijk gemaakt, begraven onder zo’n massa van tradities en overleveringen, dat de mensen minder begrepen van de betekenis van de Schrift nadat de Rabbi’s gesproken hadden, dan voordat zij luisterden. Er waren vele zielen die hongerden naar het Brood des Levens, en Jezus voedde hen met de reine, simpele waarheid. In Zijn leer maakte hij gebruik van illustraties van de dingen van de natuur en de gewone zaken van het leven, waarmee zij bekend waren. Daardoor werd de waarheid voor hen een levende realiteit; de scenes van de natuur en de zaken van het dagelijks leven herhaalden voor hen telkens weer de waardevolle leren van de Redder. Christus verlangt dat Zijn dienaren Zijn manier van leren volgen.

{Christian Education, 142}

Hij was niet opgeleid in hun scholen. Hij legde de Schriften niet zo uit zoals zij dat deden en hij werd niet aangedreven door hun geest. Zoals Johannes de Doper, zou ook Hij ongeschikt worden voor Zijn levensmissie, als hij theologische scholen zou bezoeken; en daarom zocht Hij nooit deze vorm van opleiding (Desire of Ages 101, Counsels to Parents, Teachers and Students 260).

Deze omstandigheden worden nu aan het einde van de wereld herhaald. De confessionele adventistische scholen en opleidingen hebben zich afgewend van het ware onderwijs en leiden de studenten op volgens de wijze van de wereld en de gevallen kerken (xiv). God richt nu arbeiders op om zijn werk te beëindigen, en net zoals in het verleden, zijn deze instrumenten geen ‘geleerde’ mannen. Het zijn niet de afgestudeerde theologen die vandaag de dag in het Adventisme in hoog aanzien staan. In tegendeel, het zijn de nederige mannen op aarde. Mannen van gewone komaf zonder enige bijzondere kwaliteiten. Maar wat ze wel hebben is een leergierige geest en een gewillig hart om de weg te volgen die afgebakend is door het Woord van God. Ze worden in de profetie beschreven als “stamelende lippen en een andere taal” waarmee God nu tot Zijn volk spreekt. En het is juist in deze passage waarin Jesaja tevens de bewijstekst hermeneutiek omschrijft.

Wien zou Hij dan de kennis leren, en wien zou Hij het gehoorde te verstaan geven? Den gespeenden van de melk, den afgetrokkenen van de borsten? Want het is gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een weinig, daar een weinig. Daarom zal Hij door belachelijke lippen, en door een andere tong tot dit volk spreken; Tot dewelken Hij gezegd heeft: Dit is de rust, geeft den moeden rust, en dit is de verkwikking; doch zij hebben niet willen horen. Zo zal hun het woord des HEEREN zijn; gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een weinig, daar een weinig; opdat zij heengaan, en achterwaarts vallen, en verbreken, en verstrikt en gevangen worden.”

Jesaja 28:9-13

Waarom gaat God naar zulke mensen? Het antwoord wordt gevonden in Jesaja 29:

Zij vertoeven, daarom verwondert u; zij zijn vrolijk, derhalve roept gijlieden; zij zijn dronken, maar niet van wijn; zij waggelen, maar niet van sterken drank. Want de HEERE heeft over ulieden uitgegoten een geest des diepen slaaps, en Hij heeft uw ogen toegesloten; de profeten, en uw hoofden, en de zieners heeft Hij verblind. Daarom is ulieden alle gezicht geworden als de woorden van een verzegeld boek, hetwelk men geeft aan een, die lezen kan, zeggende: Lees toch dit; en hij zegt: Ik kan niet, want het is verzegeld. Of men geeft het boek aan een, die niet lezen kan, zeggende: Lees toch dit; en hij zegt: Ik kan niet lezen. Want de Heere heeft gezegd: Daarom dat dit volk tot Mij nadert met zijn mond, en zij Mij met hun lippen eren, doch hun hart verre van Mij doen; en hun vreze, waarmede zij Mij vrezen, mensengeboden zijn, die hun geleerd zijn;”

Jesaja 29:9-13

De geleerde mannen – de Farizeeën en de Sadduceeën – kunnen Gods Woord niet begrijpen vanwege hun foute hermeneutiek en foute opleiding. Gods Word, in het bijzonder Daniël en Openbaring die geopend zijn voor het verstand van de wijzen aan het einde van de wereld, zijn voor hen als verzegelde boeken. Maar de “ongeleerden” of leken in de kerk kunnen Gods Woord ook niet begrijpen, omdat ze vertrouwen op de geleerde mannen om hen te onderwijzen. Ze antwoorden “ik kan (het) niet (begrijpen); want ik ben niet geleerd”. En Christus verkondigt aan beide groepen dezelfde angstaanjagende veroordeling die Hij verkondigde aan de Farizeeën:

Maar Hij antwoordde en zeide tot hen: Wel heeft Jesaja, van u, geveinsden, geprofeteerd, gelijk geschreven is: Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart houdt zich verre van Mij. Doch tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen, die geboden zijn der mensen;”

Markus 7:6-7

Dit is precies hoe Satan het wil hebben; en hij wordt verder uitgeweid in de volgende passage van de Geest der Profetie:

Satan probeert voortdurend de mens centraal te stellen en de aandacht van God af te leiden. Hij leert de mensen dat ze de bisschoppen, predikanten en hoogleraren in de godgeleerdheid als hun leiders moeten beschouwen, in plaats dat ze de Bijbel zelfonderzoeken om te weten wat hun plicht is. Wanneer hij de geest van deze leiders beheerst, kan hij de massa naar zijn eigen inzichten manipuleren.”

{Great Controversy, 595.2}

Toen Christus kwam om woorden des levens te spreken, hoorde de gewone mens hem graag; en velen, zelfs van de priesters en heersers, geloofden Hem. Maar het hoofd van het priesterschap en de leidende mannen van het volk waren vastbesloten om Zijn leren te veroordelen en te verwerpen.

Hoewel ze uit het veld geslagen waren in al hun bemoeien om aanklachten tegen Hem te vinden, en hoewel zij de invloed van de goddelijke kracht en wijsheid die Zijn woorden begeleidden wel moesten voelen, toch omhulden ze zichzelf met vooroordelen; ze wezen het duidelijkste bewijs van zijn Messiasschap af, anders zouden ze gedwongen zijn Zijn discipelen te worden.

Deze tegenstanders van Jezus waren mannen voor wie het volk van kindsbeen af eerbied had gehad. Ze hadden zich altijd zonder enig verzet voor hun gezag gebogen. Ze stelden dan ook de vraag: „Heeft soms één van de oversten in Hem gelooft, of van de Farizeeën?” „Zouden deze gelovige mannen Hem niet hebben aanvaard als Hij werkelijk de Christus was?” Onder invloed van zulke leiders heeft het Joodse volk zijn Verlosser verworpen.”

{Great Controversy, 595.3}

Velen die tegenwoordig voor zeer godsdienstig willen doorgaan, hebben eigenlijk nog altijd de geest die deze priesters en oversten bezielde. Ze weigeren de Bijbel te onderzoeken om de speciale waarheden voor deze tijd te leren kennen. Ze wijzen op hun aantal, rijkdom en populariteit, en kijken minachtend neer op de verdedigers van de waarheid omdat ze gering in aantal, arm en niet populair zijn, omdat ze een geloof verdedigen waardoor ze van de wereld verschillen.”

{Great Controversy, 596.1}

Christus voorzag dat de ongegronde aanspraak op gezag van de Schriftgeleerden en Farizeeën niet zou eindigen bij de verstrooiing van de Joden. Hij had een profetisch vooruitzicht dat men het gezag van de mens zou verheerlijken om het geweten te beheersen. Dit is een verschijnsel dat in alle tijden een verschrikkelijke vloek voor de gemeente is geweest. Zijn vreselijke veroordeling van de Schriftgeleerden en Farizeeën en zijn waarschuwing aan het volk om deze blinde leiders niet te volgen, zijn in de Bijbel opgetekend als een vermaning voor de generaties die na hen zouden komen.”

{Great Controversy, 596.2}

 

Tot slot:

De Bijbel heeft de omstandigheden waarin we ons nu bevinden voorspeld. De geschiedenis van de Farizeeën en de Sadduceeën is gegeven, zodat we op onze hoede zijn en voorkomen dezelfde fouten te maken die het Joodse volk in het verleden zo duur is komen te staan. De geschiedenis vertelt ons dat de huidige controversen binnen het Adventisme slechts symptomen zijn van diepere, meer fundamentele fouten in relatie tot de uitleg van Gods Woord. En net als in alle andere situaties, heeft God ook hier raad voor ons m.b.t. de weg die Hij wil dat we gaan. Lees het volgende:

In 1840 ging een andere profetie in vervulling, die algemene be­langstelling trok. In 1838 had Josiah Litch, één van de belangrijkste verkondigers van de wederkomst van Christus een werk gepubliceerd waarin hij zijn interpretatie van Openbaring 9 gaf en de val van het Ottomaanse rijk voorzegde. Volgens zijn berekeningen zou deze macht „in de loop van de maand augustus 1840″ ten val worden gebracht. Enkele dagen vóór de vervulling schreef hij: „Als wij ervan uitgaan dat de eerste periode van 150 jaar precies is uitgekomen vóór Deacozes met toestemming van de Turken de troon besteeg en dat de 391 jaar en 15 dagen begonnen aan het einde van de eerste periode, dan moeten deze eindigen op 11 augustus 1840. Op die dag zal de Ottomaanse macht in Constantinopel ten val komen. Ik geloof dat dit inderdaad het geval zal blijken te zijn” (Josiah Litch, in Signs of the Times, and Expositor of Prophecy, 1 aug. 1840). Op het aangeduide tijdstip aanvaardde Turkije door bemiddeling van zijn ambassadeurs de bescherming van de Europese mogendheden en kwam het onder controle van christelijke landen. De voorspelling was nauwkeurig uitgekomen (zie Aanhangsel onder ‘De val van het Ottomaanse rijk’) Toen dit bekend werd, kwamen zeer veel mensen tot de overtuiging dat de beginselen die Miller en zijn medewerkers volgden bij de uitleg van de profetieën juist waren. Dit was een zeer grote steun voor de Adventbeweging. Knappe en invloedrijke mannen sloten zich bij Miller aan en hielpen hem bij de verkondiging en publikatie van zijn opvattingen. Het werk maakte grote vorderingen tussen 1840 en 1844.”

{Great Controversy, 334.4, 335.1}

In de vroege jaren van de Adventbeweging werden de door William Miller gebruikte principes van profetische uitleg bevestigd door vervulling van profetie. Deze periode was getuige van een wonderbaarlijke manifestatie van de macht van God. Dit leidde uiteindelijk tot de formatie van Gods aangewezen gemeente – de Zevende-dags Adventisten. En als wij deelnemers moeten zijn in een veel meer omvattende beweging onder de uitstorting van de late regen, dan dienen wij dezelfde principes in onze studie en leer van het Woord toe te passen. Anders missen we de beloofde zegen en worden we als verwelkte planten, klaar om verbrand te worden in het vuur van de laatste dagen.

—————————————

(i). Voor de hele lijst van regels zie “Memoirs of William Miller pg. 70 (1853, SB, MWM 70.2)

(ii). AA 474.1, MH 142

Schriftkritiek, ook bekend als de historisch-kritische methode of hogere kritiek, is een tak van literaire kritiek die de oorsprong van de oude tekst onderzoekt om “de wereld achter de tekst” te begrijpen. (Wikipedia, vertaald uit het Engels)

(iii). Als men spreekt over hogere kritiek; als ze hun oordeel vellen over het Woord van God, vestig dan hun aandacht op het feit dat ze vergeten hebben wie de eerste en meest wijze criticus was. Hij heeft duizenden jaren van praktische ervaring. Hij is het die de zogenoemde hogere critici van de wereld vandaag onderwijst. God zal allen straffen die, als hogere critici, zichzelf verhogen en Gods heilige Woord bekritiseren. –(BEcho February 1, 1897 Par. 9)

(iv). Vóór ca. 1935 volgden de Adventistische uitleggers van de Bijbel in ieder geval voor het grootste deel nog de Bewijstekst-methode voor de bestudering van de Bijbel. Twee quasi ongerelateerde gebeurtenissen van dat decennium leidde tot een geleidelijke verandering naar de historische methode gedurende de volgende 25 jaar, met het resultaat dat in de jaren ’60 de meeste van de Bijbelgeleerden van de kerk die methode hadden aangenomen…” R.F. Cottrell, The Role of Biblical Hermeneutics in Preserving Unity in the Church, p. 6, 1996

(v). R.F. Cottrell, The Role of Biblical Hermeneutics in Preserving Unity in the Church, p. 17, 1996

(vi). E. Froom, Prophetic Faith of our Fathers vol. 4 p. 462

(vii). General Conference Proceedings, Review and Herald, November 20, 1883

(viii). Heeft de kerk het Bijbelse model voor lokale kerk organisatie verlaten? Door G.P. Damsteegt in Here We Stand by S. Koranteng-Pipim.

(ix). De organisatie van de gemeente te Jeruzalem moest als voorbeeld dienen voor de organisatie van gemeenten in iedere andere plaats waar boodschappers der waarheid bekeerlingen tot het evangelie zou­den winnen. (Acts of the Apostles 91.1)

(x). Damsteegt p. 685

(xi). Zie ook Matt. 1:22-23 en Jes. 7:14

(xii). Voor meer voorbeelden waarin Christus de Bewijstekst-methode gebruikt met passages uit het Oude Testament, zie Matt. 4:4 en Deut. 8:3; Matt. 4:7 en Deut. 6:16

(xiii). General Conference Bulletin, April 6, 1903 par.35; Zie de 6-delige serie van blogs op onze website met de titel over de ‘Fundamenten’ van ons geloof; https://deb-ministries.org/2016/08/04/16-het-fundament-gelegd-tussen-1840-en-1844/

(xiv). Voor meer informatie over deze geschiedenis zie het book “Broken Blueprint” door Vance Ferrell

 

De Fundamenten

De Fundamenten

Het fundament gelegd tussen 1840 en 1844

Als de fundamenten zijn verwoest, wat kan de rechtvaardige dan doen?” (Psalm 11:3 KJV)

De verborgene dingen zijn voor den HEERE, onzen God; maar de geopenbaarde zijn voor ons en voor onze kinderen, tot in eeuwigheid, om te doen al de woorden dezer wet.” (Deuteronomium 29:29)

Bind de getuigenis toe; verzegel de wet onder mijn leerlingen. (Jesaja 8:16)

De volgende serie aan blogs zullen laten zien dat God, tussen 1840 en 1844, het fundament van de Zevende-dags Adventisten heeft gelegd. Dit fundament betreft de waarheden weergegeven op de kaarten van 1843 en 1850. Beide kaarten zijn een vervulling van de profetie van Habakuk 2:2, waar geschreven staat “schrijf het gezicht, en stel het duidelijk op tafelen”. Wellicht bent u zich bewust van het feit dat Zevende-dags Adventisten de geschiedenis van het Joodse volk, tijdens de eerste komst van Christus, herhalen.

“We willen de tijd waarin we leven begrijpen. We begrijpen het nog niet voor de helft. We aanvaarden het nog niet voor de helft. Mijn hart beeft in mij als ik er aan denk wat voor een vijand we moeten ontmoeten en hoe slecht we voorbereid zijn om hem te ontmoeten. De beproevingen van de kinderen van Israël, en hun houding net voor de eerste komst van Christus zijn mij keer op keer getoond om de positie van het volk van God in hun ervaring voor de tweede komst van Christus te illustreren – hoe de vijand elke gelegenheid zocht om de geest van de Joden te beheersen en hoe hij vandaag probeert om het verstand van Gods dienaren te verblinden, zodat ze niet in staat zijn de waardevolle waarheid te herkennen.” (1SM, 406)

De Joden dwaalden zo ver af van de ware leer dat ze Hem, die het ware fundament van hun godsdienst was, niet herkenden. Hun dwalingen en tradities leidde hen ertoe Christus af te wijzen en hun tijd van genade af te sluiten aan de verkeerde kant van de grote strijd. Modern Israël, Zevende-dags Adventisten, nu aan het einde van de wereld, bevindt zich helaas in een gelijke positie. Maar zij, die de tegenwoordige waarheid zullen begrijpen en voorbereid zijn om de komende crisis te kunnen doorstaan, zullen het werk verrichten in het herstellen van de ware fundamenten.

De fundamenten van het geloof

Ellen White doet vele uitspraken over de boodschappen die gegeven zijn tussen 1840 en 1844:

“De waarschuwing heeft geklonken: Er mag niets toegelaten worden dat het fundament van het geloof verstoord, waarop wij bouwden sinds de boodschap in 1842, 1843 en 1844 kwam. Ik was in deze boodschap en altijd, sinds ik mijn stem in de wereld heb laten klinken, was ik het licht trouw, dat de Heere ons gegeven heeft. Wij zijn niet van plan om onze voeten van het platform af te halen, want ze zijn daar geplaatst toen we de Heer dag in dag uit smeekten in ernstig gebed, zoekende naar licht. Denkt u dat ik het licht dat ik van God ontvangen heb kan opgeven? Het is als de Rots der eeuwen. Het heeft mij geleid vanaf de tijd dat het gegeven werd.” (GCB, April 6, 1903)

In het citaat hierboven worden de waarheden die verkondigd werden in de genoemde tijdsperiode “de fundamenten van het geloof” en “het platform” genoemd. Ze worden ook gelijk gesteld aan “de Rots der eeuwen”. Christus is de Rots der eeuwen (Psalm 95:1, 1 Kor. 10:1-4). De Bijbel leert dat Christus het enige ware fundament is, waarop een christen zijn geloof kan bouwen (1 Kor. 3:9-11). Zij die hun begrip van de leer en geloofservaring op een ander fundament proberen te bouwen, doen dat ten kosten van hun redding (Matt. 7:26-27)

“De waarheden, die we in 1841, ’42, ’43 en ’44 ontvangen hebben, moeten nu bestudeerd en verkondigd worden. De boodschappen van de eerste, tweede en derde engel zullen in de toekomst met een luide stem verkondigd worden. Ze zullen met oprechte vastbeslotenheid en in de kracht van de Geest gegeven worden.” (PC, 322)

“Zij die als leraren en leiders in onze instituten werken moeten vast in het geloof en in de principes van de derde engel boodschap staan. God wil dat Zijn volk weet, dat we de boodschap hebben, zoals Hij hem aan ons gegeven heeft in 1843 en 1844. Wij wisten toen wat de boodschap betekende, en we moeten vandaag ons volk oproepen het woord, “verzegel de wet onder mijn leerlingen” te gehoorzamen. In deze wereld zijn er maar twee groepen, – de gehoorzamen en de ongehoorzamen. Tot welke groep behoren wij? God wil ons een apart volk maken, een heilige natie. Hij heeft ons afgescheiden van de wereld, en Hij roept ons op om op geschikte bodem te staan, waar Hij Zijn Heilige Geest op ons kan uitstorten.” (GCB, April 1, 1903)

De waarheden, die tussen 1840 en 1844 verkondigd werden, worden ook wel de eerste, tweede en derde engelenboodschappen genoemd. Ze zijn de boodschappen die in de toekomst met een luide stem of een “Luide Roep” worden verkondigd. De Zevende-dags Adventisten die deel willen zijn van het overblijfsel, dat God zal gebruiken om Zijn volk uit Babylon te roepen, zullen deze boodschappen bestuderen en verkondigen.

“God roept ons op om onze tijd en kracht in te zetten in het verkondigen van díe boodschappen, die mannen en vrouwen in 1843 en 1844 aangrepen.” (PC, 60)

“Wij hebben, net zoals Johannes, een boodschap te brengen van de dingen die we gezien en gehoord hebben. God geeft ons geen nieuwe boodschap. Wij moeten die boodschap verkondigen die ons in 1843 en 1844 uit de andere kerken heeft gebracht. We hebben de Heilige Geest nodig om in onze harten het vuur en de ernst aan te wakkeren, die toen gezien werd onder Gods volk. Ik dank de Heer, dat er nog enkelen leven die zich deze dagen kunnen herinneren en weten waarvan zij spreken.” (RH, January 19, 1905) — (We zouden willen dat dit nu nog steeds het geval is).

“Alle boodschappen die van 1840-1844 zijn gegeven, moeten nu met kracht worden verkondigd, want velen mensen hebben hun houvast verloren. Deze boodschappen moeten naar alle gemeenten worden gebracht. (21MR, 437)

De drie engelen boodschappen zijn het, die de harten van de mensen in de tijdsperiode van de Millerieten aangrepen. Dat zijn de boodschappen die ervoor zorgde dat de pioniers hun verschillende denominaties verlieten en die boodschappen dienen we vandaag nog steeds te verkondigen. Veel Zevende-dags Adventisten zijn “hun houvast (oriëntatie) kwijtgeraakt” doordat zij deze waarheden niet kennen of begrijpen. Zoals een schip verdwaalt op zee zonder kaart of kompas, zo is hun geestelijke schip verdwaald op de golven van valse leer, menselijke interpretatie, verwarring en duisternis.

Habakuks twee tafelen: de 1843 kaart

De drie engelen boodschappen zijn het fundament van het Adventgeloof. Het zijn de boodschappen die gegeven werden tussen 1840 en 1844. Maar waar worden deze boodschappen het meest duidelijk weergegeven? Hoe kunnen we weten wat deze boodschappen waren?

“Al in 1842 had de opdracht in deze profetie „Schrijf het gezicht op en zet het duidelijk op tafelen, opdat men het in het voorbijlopen zal kunnen lezen” (Habakuk 2:2) Charles Fitch op de gedachte gebracht een profetische kaart te tekenen waarop de gezichten van Daniël en de Openbaring in beeld worden gebracht. De publicatie van deze kaart werd beschouwd als een vervulling van het bevel door Habakuk gegeven. Maar niemand had toen gemerkt dat ook de schijnbare vertraging in de vervulling van het gezicht – „als het vertoeft” – in dezelfde profetie was aangeduid. Na de teleurstelling kreeg deze uitspraak een bijzondere betekenis: „Want wel wacht het gezicht nog tot de bestemde tijd, maar het spoedt zich zonder falen naar het einde; als het vertoeft, verbeid het, want komen zal het gewis; uitblijven zal het niet… Maar de rechtvaardige zal door zijn geloof leven.” (GC, 392)

Het gegeven bevel om “het gezicht op te schrijven en het duidelijk op tafelen te zetten” was vervuld door de productie van de 1843 kaart door Charles Fitch. Deze kaart is een figuurlijke weergaven (incl. uitleg) van de boodschappen die tussen 1840 en 1844 verkondigd werden.

Dan rest de vraag: Waren al deze boodschappen correct en in overeenstemming met Gods Woord?

“Ik heb gezien dat de kaart van 1843 onder de leiding van de hand des Heren gemaakt was en dat hij niet veranderd moet worden; dat de cijfers waren, zoals Hij ze hebben wilde; dat Zijn hand er over was en dat die een fout in sommige van die cijfers verborg, zodat niemand die zien kon, totdat Zijn hand weggenomen werd.” (EW, 74)

Deze profetische kaart was onder de leiding van de hand des Heren gemaakt, maar bevatte een fout, die God toeliet. Wat was deze fout?

“Ik zag het volk van God in blijde verwachting uitzien naar hun Heer. Maar het was Gods plan hen op de proef te stellen. Zijn hand bedekte een fout, die gemaakt was in de berekening van de profetische tijdperken. … De hand des Heeren werd van de cijfers weggenomen en de fout werd verklaard. Zij zagen, dat de profetische tijdperken tot het jaar 1844 reikten en dat hetzelfde bewijs, dat zij aangevoerd hadden om aan te tonen dat de profetische tijdperken in 1843 eindigden, aantoonde dat zij tot een eind zouden komen in het jaar 1844.” (EW, 235,236) (Zie ook Early Writings 246-7, Joseph Bates, Second Advent Way Marks and High Heaps 72).

Deze fout leidde tot een verrekening in de einddatum van de profetische tijdperken en tot de eerste teleurstelling die plaatsvond aan het eind van het Joodse jaar 1843 (19 April 1844).

Ondanks de vergissing op de kaart bevat het nog steeds de boodschappen die bestudeerd en verkondigd moeten worden.

“Alle boodschappen die van 1840-1844 zijn gegeven, moeten nu met kracht worden verkondigd, want velen mensen hebben hun houvast verloren. Deze boodschappen moeten naar alle gemeenten worden gebracht. (21MR, 437)

Het getuigenis der pioniers

Het was het unanieme getuigenis van de Adventpioniers dat de 1843 kaart een vervulling van Bijbelse profetie was, en dat het de boodschappen bevatte, die zij in die tijdsperiode verkondigden:

Joseph Bates

“In mei 1842 werd een Generale Conferentie in Boston, Massachutes, bijeengeroepen. Bij de opening van deze vergadering presenteerde de broeders Charles Fitch en Appollos Hale van Haverhill de grafische afbeelding van Daniël en Johannes, die zij op doek hadden geschilderd inclusief de profetische getallen en de vervulling ervan verklaard. Terwijl broeder Fitch de kaart voor de conferentie uitlegde zei hij, dat hij bij de bestudering van deze profetieën bedacht had dat het goed zou zijn als hij zo iets als deze kaart kon publiceren, het zou het onderwerp gemakkelijker maken en het hem eenvoudiger maken het aan zijn toehoorders uit te leggen. Hier kwam meer licht op onze weg. Deze broeders hebben gedaan, wat de Heere 2468 jaar voordien aan Habakuk in zijn visioen had laten zien, waar Hij zei: “Schrijf het gezicht, en stel het duidelijk op tafelen, opdat daarin leze die voorbijloopt. Want het gezicht zal nog tot een bestemde tijd zijn.” (Habakuk 2:2-3a) … Na enige discussie over het thema werd unaniem besloten dat er 300 exemplaren van deze kaart zouden worden gedrukt, wat kort daarop ook gebeurde. Deze werden de 1843 kaarten genoemd. Het was een zeer betekenisvolle conferentie.” (JB, AJB, 263)

“William Miller was de leidende man, en allen die dezelfde leer en met dezelfde chronologische kaarten preekten, waren van hetzelfde geloof, of één in de boodschap. (JB, SLG, 33)

 

J.N. Loughborough

“Zij die de ‘advent-verkondiging’ brachten, beweerden dat dit “visioen” met zijn “vastgestelde” tijd, genoemd door de profeet Habakuk, de visioenen van de profetieën van Daniël en de Openbaring insloten. Zij maakten deze zo duidelijk in hun uiteenzetting ervan op hun profetische kaarten, dat hij die de interpretatie las, het inderdaad kon “naspeuren” en de informatie aan anderen kon doorgeven.”  1905 JNL, GSAM, 108.3

 

James White

Het kernpunt van de kaart en de boodschap erop is verwoord in de verklaring van James White over het originele geloof van de Zevende-dags Adventisten:

“Het werd door de lektoren en de publicaties van de “Tweede Advent” eenstemmig bevestigd, dat, wanneer men stond op “HET OORSPRONKELIJKE GELOOF”, de uitgave van de kaart een vervulling van Habakuk 2:2-3 betekende. Als de kaart een thema van de profetie was (en wie dat tegenspreekt, verlaat het oorspronkelijke geloof), dan betekent dat, dat het jaar 457 v.Chr. het uitgangspunt van de 2300 dagen is (Daniël 8:14). Het was noodzakelijk dat eerst 1843 als tijd werd gepubliceerd, zodat de tijdsvoorspelling kon “vertoeven“ (Habakuk 2:3), of dat er een tijd van “vertoeven” kon zijn, waarin de groep maagden sluimerden en sliepen gedurende de grote gebeurtenis aller tijden, kort voordat ze door de middernachtsroep (Mattheüs 25:6) wakker gemaakt werden.” (Jwe, ARSH, Dec. 1850, 13.6)

Habakuks twee tafelen: de 1850 kaart

Het bevel gegeven in Habakuk was het visioen te schrijven en het duidelijk te maken op “tafelen” – in meervoud. Daarom kan de productie van de 1843 kaart maar een deel van de vervulling van dit bevel zijn. In 1850 werd een andere kaart geproduceerd door Otis Nichols. Deze kaart bevatte alles wat er op de 1843 kaart stond, maar verbeterde de fout, die leidde tot de eerste teleurstelling. Hij identificeerde ook 22 oktober 1844 als het begin van de derde Engelboodschap en niet als de tweede komst van Christus. De 1850 kaart sluit de pilaren van Adventisme in, zoals het Heiligdom en Gods wet.

De Geest der Profetie getuigt ook van de goddelijke oorsprong van de 1850 kaart:

“God liet me de noodzakelijkheid zien van het uitgeven van een kaart. Ik zag dat het nodig was en dat de waarheid, duidelijk gemaakt op tafelen, velen zou aangrijpen en vele zielen tot de kennis der waarheid zouden komen.” (Letter 26, 1850, p.1 (aan Broeder en Zuster Loveland, 1 November 1850))

“Op onze terugweg naar Broeder Nichols gaf de Heer mij een visioen en liet me zien dat de waarheid op tafelen moest worden duidelijk gemaakt, en dat het ervoor zou zorgen dat velen voor de waarheid zouden kiezen, door de drie engelenboodschappen, met de eerste twee duidelijk op tafelen weergegeven.” (5MR, 202-203)

“Lieve broeder en zuster Loveland: … De kaart wordt gedrukt in Boston. God is er in. Broeder Nichols heeft er de leiding over.” (15MR, 213; James White, November 1850).

Ik zag dat God in het publiceren van de kaart (van 1850) door br. Nichols was. Ik zag dat er een profetie over deze kaart in de Bijbel stond, en als deze kaart voor Gods volk gemaakt is, en het voldoet voor één, dan voldoet het ook voor een ander, en als iemand een nieuwe kaart in een groter formaat nodig heeft, dan hebben de anderen die net zo nodig.” (13MR, 359) — 1853

De 1843 en 1850 kaarten zijn de enige kaarten die goddelijke goedkeuring ontvangen hebben door de geschriften van de Geest der Profetie. Zij zijn de “tafelen” van Habakuk 2:2 en zij bevatten de eerste twee engelenboodschappen, het “visioen” dat verkondigd werd tussen 1840 en 1844, dat niet veranderd mag worden.

De herhaling van de geschiedenis

Als deze 1843 en de 1850 kaarten de waarheden bevatten, die het fundament van het Adventisme representeren, waarom is het dan zo dat ze niet een prominentere plaats innemen in onze kerk in deze tijd? Het antwoord op deze vraag is serieus en belangrijk: we herhalen de geschiedenis van het Joodse volk.

“De beproevingen van de kinderen van Israël, en hun houding net voor de eerste komst van Christus, werden me keer op keer getoond om de positie van Gods volk in hun ervaring voor de tweede komst van Christus te illustreren – hoe de vijand elke gelegenheid zocht om de geest van de Joden te beheersen, en vandaag probeert hij het verstand van Gods dienaren te verblinden, zodat ze niet in staat zijn de waardevolle waarheid te onderscheiden.” (1SM, 406)

“Satan werkt eraan dat de geschiedenis van het Joodse volk herhaald zal worden in de ervaring van diegenen, die er aanspraak op maken de tegenwoordige waarheid te geloven. De Joden hadden de geschriften van het Oude Testament, en veronderstelden vertrouwd te zijn met hen. Maar ze maakten een jammerlijke fout. De profetieën die verwezen naar de glorieuze tweede verschijning van Christus in de wolken van de hemel, zagen zij aan als verwijzende naar Zijn eerste komst. Omdat Hij niet kwam overeenkomstig hun verwachtingen, wendden ze zich van Hem af. Satan wist precies hoe hij deze mannen in zijn net kon vangen en hen kon misleiden en verwoesten.” (17MR, 13.1)

Welke fout maakten de Joden? Ze interpreteerden Bijbelse profetie verkeerd. De Joden hadden hun religie zo verdraaid, terwijl ze de door God gegeven wetten onder een massa van tradities begroeven, dat ze de ware interpretatie van de profetieën over de Messias verloren. Deze fout werd fataal voor het hele volk:

“Zij, die het getuigenis van Johannes verwierpen, hadden geen profijt van hetgeen Jezus leerde. Hun weerstaan van de boodschap, die Zijn komst voorspelde, plaatste hen dáár, waar zij niet gemakkelijk het overtuigende bewijs konden aannemen, dat Hij de Messias was. Satan dreef hen, die de boodschap van Johannes verwierpen, aan om nog verder te gaan en Christus te verwerpen en te kruisigen. Door dit te doen, plaatsten zij zich, waar zij de zegen niet konden ontvangen op de Pinksterdag, die hun de weg naar het hemelse heiligdom gewezen zou hebben. Het scheuren van het voorhangsel van de tempel toonde aan, dat de Joodse offeranden en instellingen niet langer aangenomen zouden worden. Het grote Offer was gebracht en aangenomen en de Heilige Geest, die op de Pinksterdag neerdaalde, trok de aandacht van de discipelen af van het aardse heiligdom en vestigde die op het hemelse, waar Jezus ingegaan was met Zijn eigen bloed, om over Zijn discipelen de verdiensten van Zijn verzoening uit te storten. Maar de Joden werden in volslagen duisternis gelaten. Zij verloren al het licht, dat zij over het verlossingsplan hadden kunnen hebben en vertrouwden nog op hun nutteloze brandoffers en offeranden. Het hemelse heiligdom had de plaats van het aardse ingenomen, maar zij begrepen niets van de verandering. Daarom konden zij geen voordeel hebben van het middelaarswerk van Christus in het heilige.” (EW, 259)

Vandaag de dag binnen het Adventisme zijn alle waarheden op de kaarten van 1843 en 1850 verworpen of er wordt door theologen en geleerden op de hoogste plaatsen in de kerkorganisatie tegen gestreden. Velen, die al jaren in de kerk zijn, hebben noch een begrip van deze waarheden, noch zien ze de noodzaak om ze te studeren. Deze waarheden worden niet meer geleerd aan pas bekeerden; en als het gedaan wordt, dan ontvangen ze meestal niet meer dan een oppervlakkige behandeling. Het “fundament van het geloof” is opzij gezet.

Zoals de Joden afweken van de zuiverheid van hun geloof naar tradities, zo zijn de Zevende-dags Adventisten afgeweken naar de tradities van de wereld en zelfs naar die van de gevallen kerken. Dit wordt gezien in de paden van ‘Spirituele Formatie’, foute en wereldse methoden van evangelisatie, herinterpretatie van tijdsprofetieën, waardoor ze in de toekomst geplaatst worden en het afwijzen van Bijbelse hervorming – zoals kleding- en gezondheidshervorming en landleven.

Waar leidt deze voortschrijdende staat van zaken ons heen? Men hoeft alleen maar te zien waar het de Joden toe leidde in hun tijd. De Joden sloten hun genadetijd aan de verkeerde kant van de Grote Strijd en ze oogsten de oogst van hun afvalligheid in de verschrikkelijke verwoesting van Jeruzalem in 70 na Christus.

Zo zal het ook zijn met het Moderne Israël aan het einde van de wereld. De afwijzing van fundamentele waarheid plaatst Zevende-dags Adventisten in een positie waar ze de profetieën niet kunnen begrijpen die in onze dagen worden vervuld. De profetische gebeurtenissen, die verbonden zijn aan het sluiten van de genadetijd zijn onthuld; maar in deze tijd hebben Zevende-dags Adventisten niet meer begrip van deze gebeurtenissen dan dat ze nooit onthuld zouden zijn (Great Controversy 594). Het is Satans doel geweest om Gods volk onwetend te houden wat betreft deze waarheden. Dit heeft hij gedaan door de fundamentele waarheden af te breken, die cruciaal zijn voor een correct begrip van het Bijbelse Adventisme – de tegenwoordige waarheid.

Herstel van het ware fundament

Om staande te kunnen blijven in de “tijd der benauwdheid, zoals die er nog nooit was”, een tijd waarin elke leer die we, als Zevende-dags Adventisten hebben, ernstig bekritiseerd zal worden, wanneer rijkdom, intelligentie en geleerdheid zich verenigen om Gods volk te behandelen met minachting – dan moeten Adventisten hun geloofservaring gebouwd hebben op een stevig onverwoestbaar platform van fundamentele waarheid (5 Testimonies 450,451, 716). “Want niemand kan een ander fundament leggen, dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus” (1 Korinthe 3:11).

De Bijbel wijst naar een werk van herstel in onze dagen:

En die uit u voortkomen, zullen bouwen de oude verwoeste plaatsen; de fondamenten, van geslacht tot geslacht verwoest, zult gij oprichten; en gij zult genaamd worden: Die de bressen toemuurt, die de paden weder opmaakt, om te bewonen.” (Jesaja 58:12)

Te dien dage zal Ik de vervallen hut van David weder oprichten, en Ik zal haar reten vertuinen, en wat aan haar is afgebroken, weder oprichten, en zal ze bouwen, als in de dagen van ouds;” (Amos 9:11)

Dit is het werk van het overblijfsel. In de dagen van Christus was er een overblijfsel dat de banier van het ware geloof en tegenwoordige waarheid verhief. Het overblijfsel van toen stond op het fundament van de profetieën van het oude Testament. Dit overblijfsel herkende in Christus de vervulling van de profetieën over de Messias. Zo waren zij voorbereid om Zijn instructies te ontvangen om te vluchten uit Jeruzalem toen de Romeinse legers de stad omsingelden (Mattheüs 24:15-18). Het is het getuigenis van de Geest der Profetie dat ervoor zorgde dat niet één van deze mensen omkwam in de verwoesting die snel volgde (Great Controversy 1888, 30)

De Schrift stelt een belangrijke vraag in Psalm 11:3, “Als de fundamenten verwoest worden, wat kan de rechtvaardige dan doen?” (KJV) Het antwoord wordt gegeven in het 58e hoofdstuk van Jesaja: ‘Herstel ze!’ Zij die staande zullen blijven tijdens de Zondagswet zullen “de bressen” die gemaakt zijn in de muur van waarheid dichtmaken. Zij zullen staan op het fundament van de eerste, tweede en derde engelenboodschap, zoals zij opgetekend staan op de kaarten van 1843 en 1850. Zo zullen zij voorbereid zijn om de tegenwoordige waarheid te begrijpen en te verkondigen, en hun karakters voor te bereiden om staande te blijven in een tijd van moeilijkheden zoals die er nog nooit was.

Moge wij deel daarvan zijn.

DEB-ministries

6/6. Herstel van het ware fundament

Herstel van het ware fundament

Om staande te kunnen blijven in de “tijd der benauwdheid, zoals die er nog nooit was”, een tijd waarin elke leer die we, als Zevende-dags Adventisten hebben, ernstig bekritiseerd zal worden, wanneer rijkdom, intelligentie en geleerdheid zich verenigen om Gods volk te behandelen met minachting – dan moeten Adventisten hun geloofservaring gebouwd hebben op een stevig onverwoestbaar platform van fundamentele waarheid (5 Testimonies 450,451, 716). “Want niemand kan een ander fundament leggen, dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus” (1 Korinthe 3:11).

De Bijbel wijst naar een werk van herstel in onze dagen:

En die uit u voortkomen, zullen bouwen de oude verwoeste plaatsen; de fondamenten, van geslacht tot geslacht verwoest, zult gij oprichten; en gij zult genaamd worden: Die de bressen toemuurt, die de paden weder opmaakt, om te bewonen.” (Jesaja 58:12)

Te dien dage zal Ik de vervallen hut van David weder oprichten, en Ik zal haar reten vertuinen, en wat aan haar is afgebroken, weder oprichten, en zal ze bouwen, als in de dagen van ouds;” (Amos 9:11)

Dit is het werk van het overblijfsel. In de dagen van Christus was er een overblijfsel dat de banier van het ware geloof en tegenwoordige waarheid verhief. Het overblijfsel van toen stond op het fundament van de profetieën van het oude Testament. Dit overblijfsel herkende in Christus de vervulling van de profetieën over de Messias. Zo waren zij voorbereid om Zijn instructies te ontvangen om te vluchten uit Jeruzalem toen de Romeinse legers de stad omsingelden (Mattheüs 24:15-18). Het is het getuigenis van de Geest der Profetie dat ervoor zorgde dat niet één van deze mensen omkwam in de verwoesting die snel volgde (Great Controversy 1888, 30)

De Schrift stelt een belangrijke vraag in Psalm 11:3, “Als de fundamenten verwoest worden, wat kan de rechtvaardige dan doen?” (KJV) Het antwoord wordt gegeven in het 58e hoofdstuk van Jesaja: ‘Herstel ze!’ Zij die staande zullen blijven tijdens de Zondagswet zullen “de bressen” die gemaakt zijn in de muur van waarheid dichtmaken. Zij zullen staan op het fundament van de eerste, tweede en derde engelenboodschap, zoals zij opgetekend staan op de kaarten van 1843 en 1850. Zo zullen zij voorbereid zijn om de tegenwoordige waarheid te begrijpen en te verkondigen, en hun karakters voor te bereiden om staande te blijven in een tijd van moeilijkheden zoals die er nog nooit was.

Moge wij deel daarvan zijn.

DEB-ministries

5/6. Fundamenten verworpen: De geschiedenis herhaalt zich

Fundament verworpen

De herhaling van de geschiedenis

Als deze 1843 en de 1850 kaarten de waarheden bevatten, die het fundament van het Adventisme representeren, waarom is het dan zo dat ze niet een prominentere plaats innemen in onze kerk in deze tijd? Het antwoord op deze vraag is serieus en belangrijk: we herhalen de geschiedenis van het Joodse volk.

De beproevingen van de kinderen van Israël, en hun houding net voor de eerste komst van Christus, werden me keer op keer getoond om de positie van Gods volk in hun ervaring voor de tweede komst van Christus te illustreren – hoe de vijand elke gelegenheid zocht om de geest van de Joden te beheersen, en vandaag probeert hij het verstand van Gods dienaren te verblinden, zodat ze niet in staat zijn de waardevolle waarheid te onderscheiden.” (1 Selected Messages 406)

Satan werkt eraan dat de geschiedenis van het Joodse volk herhaald zal worden in de ervaring van diegenen, die er aanspraak op maken de tegenwoordige waarheid te geloven. De Joden hadden de geschriften van het Oude Testament, en veronderstelden vertrouwd te zijn met hen. Maar ze maakten een jammerlijke fout. De profetieën die verwezen naar de glorieuze tweede verschijning van Christus in de wolken van de hemel, zagen zij aan als verwijzende naar Zijn eerste komst. Omdat Hij niet kwam overeenkomstig hun verwachtingen, wendden ze zich van Hem af. Satan wist precies hoe hij deze mannen in zijn net kon vangen en hen kon misleiden en verwoesten.” (17 Manuscript Releases 13.1)

Welke fout maakten de Joden? Ze interpreteerden Bijbelse profetie verkeerd. De Joden hadden hun religie zo verdraaid, terwijl ze de door God gegeven wetten onder een massa van tradities begroeven, dat ze de ware interpretatie van de profetieën over de Messias verloren. Deze fout werd fataal voor het hele volk:

Zij, die het getuigenis van Johannes verwierpen, hadden geen profijt van hetgeen Jezus leerde. Hun weerstaan van de boodschap, die Zijn komst voorspelde, plaatste hen dáár, waar zij niet gemakkelijk het overtuigende bewijs konden aannemen, dat Hij de Messias was. Satan dreef hen, die de boodschap van Johannes verwierpen, aan om nog verder te gaan en Christus te verwerpen en te kruisigen. Door dit te doen, plaatsten zij zich, waar zij de zegen niet konden ontvangen op de Pinksterdag, die hun de weg naar het hemelse heiligdom gewezen zou hebben. Het scheuren van het voorhangsel van de tempel toonde aan, dat de Joodse offeranden en instellingen niet langer aangenomen zouden worden. Het grote Offer was gebracht en aangenomen en de Heilige Geest, die op de Pinksterdag neerdaalde, trok de aandacht van de discipelen af van het aardse heiligdom en vestigde die op het hemelse, waar Jezus ingegaan was met Zijn eigen bloed, om over Zijn discipelen de verdiensten van Zijn verzoening uit te storten. Maar de Joden werden in volslagen duisternis gelaten. Zij verloren al het licht, dat zij over het verlossingsplan hadden kunnen hebben en vertrouwden nog op hun nutteloze brandoffers en offeranden. Het hemelse heiligdom had de plaats van het aardse ingenomen, maar zij begrepen niets van de verandering. Daarom konden zij geen voordeel hebben van het middelaarswerk van Christus in het heilige.” (Early Writings 259)

Vandaag de dag binnen het Adventisme zijn alle waarheden op de kaarten van 1843 en 1850 verworpen of er wordt door theologen en geleerden op de hoogste plaatsen in de kerkorganisatie tegen gestreden. Velen, die al jaren in de kerk zijn, hebben noch een begrip van deze waarheden, noch zien ze de noodzaak om ze te studeren. Deze waarheden worden niet meer geleerd aan pas bekeerden; en als het gedaan wordt, dan ontvangen ze meestal niet meer dan een oppervlakkige behandeling. Het “fundament van het geloof” is opzij gezet.

Zoals de Joden afweken van de zuiverheid van hun geloof naar tradities, zo zijn de Zevende-dags Adventisten afgeweken naar de tradities van de wereld en zelfs naar die van de gevallen kerken. Dit wordt gezien in de paden van ‘Spirituele Formatie’, foute en wereldse methoden van evangelisatie, herinterpretatie van tijdsprofetieën, waardoor ze in de toekomst geplaatst worden en het afwijzen van Bijbelse hervorming – zoals kleding- en gezondheidshervorming en landleven.

Waar leidt deze voortschrijdende staat van zaken ons heen? Men hoeft alleen maar te zien waar het de Joden toe leidde in hun tijd. De Joden sloten hun genadetijd aan de verkeerde kant van de Grote Strijd en ze oogsten de oogst van hun afvalligheid in de verschrikkelijke verwoesting van Jeruzalem in 70 na Christus.

Zo zal het ook zijn met het Moderne Israël aan het einde van de wereld. De afwijzing van fundamentele waarheid plaatst Zevende-dags Adventisten in een positie waar ze de profetieën niet kunnen begrijpen die in onze dagen worden vervuld. De profetische gebeurtenissen, die verbonden zijn aan het sluiten van de genadetijd zijn onthuld; maar in deze tijd hebben Zevende-dags Adventisten niet meer begrip van deze gebeurtenissen dan dat ze nooit onthuld zouden zijn (Great Controversy 594). Het is Satans doel geweest om Gods volk onwetend te houden wat betreft deze waarheden. Dit heeft hij gedaan door de fundamentele waarheden af te breken, die cruciaal zijn voor een correct begrip van het Bijbelse Adventisme – de tegenwoordige waarheid.