5/9. De late regen en de engel van Openbaring 18

De late regen en de engel van Openbaring 18

Openbaring 14:9-12 zet de 3 engelenboodschap voort. Maar Openbaring 18:1-3 laat een andere engel zien, een vierde engel die de aarde verlicht met zijn heerlijkheid. Deze engel vergezeld de eerste 3 en zijn boodschap is zowel een herhaling als een uitbreiding van de boodschap van de tweede engel.

Ik zag engelen heen en weer snellen in de hemel, zag hen nederdalen naar de aarde en wederom opstijgen naar de hemel, om de vervulling van een belangrijke gebeurtenis voor te bereiden. Toen zag ik een andere machtige engel, die opdracht kreeg naar de aarde af te dalen en zijn stem te voegen bij die van de derde engel en kracht en nadruk aan diens boodschap bij te zetten. Er werd aan de engel grote macht en heerlijkheid verleend. Toen hij afdaalde, werd de aarde verlicht door zijn heerlijkheid. Het licht dat deze engel met zich bracht, drong overal door. Hij riep krachtig met een sterke stem: “Gevallen, gevallen is de grote stad Babylon en zij is geworden een woonplaats van duivelen, een schuilplaats van alle onreine geesten en een schuilplaats van alle onrein en verfoeid gevogelte.” De boodschap van de val van Babylon, zoals ie gegeven werd door de tweede engel, wordt herhaald met de verdere aanduiding van het verderf, dat sinds 1844 in de kerken is ingeslopen. Het werk van deze engel komt op de juiste tijd om zich te voegen bij het laatste grote werk van de boodschap van de derde engel, terwijl die tot een luide roep aangroeit. Op die wijze wordt Gods volk bereid om te bestaan in de ure der verzoeking, die zij spoedig zullen ondergaan. Ik zag dat er een groot licht over hen scheen en zij sloten zich bij elkaar aan om onbevreesd de boodschap van de derde engel te verkondigen.” (Early Writings, 277)

De late regen zal vallen op het volk van God. Een machtige engel komt naar beneden uit de hemel, en de hele aarde zal door zijn heerlijkheid verlicht worden.” (Review and Herald, April 21, 1891)

De engel van Openbaring 18:1-3 brengt de late regen, die het volk van God kracht geeft om de derde engelboodschap met een “luide roep” te geven. De Middernachtsroep, gegeven door de Millerieten in 1844, is een type van de uitgebreidere en wereldwijde beweging onder de luide roep van Openbaring 18:

De engel die deelneemt aan de verkondiging van de boodschap van de derde engel zal de hele wereld met zijn heerlijkheid verlichten. Gods Woord voorzegt een wereldwijd werk met buitengewone kracht. De Adventbeweging van 1840-44 was een luisterrijke uiting van Gods kracht. De boodschap van de eerste engel werd gebracht naar elke zendingspost ter wereld en in sommige landen was er de grootste godsdienstige belangstelling sinds de Hervorming van de zestiende eeuw. Dit alles zal echter worden overtroffen door de grote opwekkingsbeweging ontstaan door de verkondiging van de laatste waarschuwingsboodschap van de derde engel.” (Great Controversy, 611)

De beweging die geopenbaard wordt onder de engel van Openbaring 18:1-3, wordt ook gesymboliseerd door de uitstorting van de Heilige Geest tijdens Pinksteren

Dit werk zal veel gemeen hebben met dat van Pinksteren. Zoals „de vroege regen” werd gegeven door de uitstorting van de Heilige Geest aan het begin van de evangelieverkondiging om het kostbare zaad te doen ontkiemen, zal „de late regen” worden gegeven aan het einde van de evangelieverkondiging om de oogst te doen rijpen. “Ja, wij willen de HERE kennen, ernaar jagen Hem te kennen. Zo zeker als de dageraad is zijn opgang. Dan komt Hij tot ons als de regen, als de late regen, die het land besproeit” (Hosea 6:3). „En gij, kinderen van Sion, juicht en verheugt u in de HERE, uw God, want Hij geeft u de leraar ter gerechtigheid; ja, regenstromen laat Hij voor u nederdalen, vroege regen en late regen, zoals voorheen” (Joel 2:23). „En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees.” „En het zal zijn, dat al wie de naam des Heren aanroept, behouden zal worden” (Handelingen 2:17,21).

Het belangrijke werk van de evangelieverkondiging zal niet worden afgesloten met een geringere openbaring van Gods kracht dan waarmee het begon. De profetieën die werden vervuld door de uitstorting van de vroege regen in de begindagen van de gemeente, zullen opnieuw worden vervuld door de late regen aan het einde van de evangelieverkondiging. Dat bedoelde de apostel Petrus met „de tijden der verkoeling” toen hij zei: “Betert u dan en bekeert u, opdat uwe zonden mogen uitgewist worden, wanneer de tijden der verkoeling zullen gekomen zijn van het aangezicht des HEREN, en Hij gezonden zal hebben Jezus Christus” (Handelingen 3:19,20).” (Great Controversy, 611)